Groot water: State of mind


27 april 2016 | Boudewijn Margadant

De aanblik van groot water doet veel vissers in vertwijfeling vervallen. De enorme weidsheid biedt veelal weinig aanknopingspunten en periodes waarin je niets fout lijkt te kunnen doen, gaan ogenschijnlijk zonder reden over in tijden van blanken. De moeilijkheidsgraad zit hem hier voornamelijk in mentale weerbaarheid.

Het vertrouwen is groot, maar voor hoe lang nog?


Wat zwemt er? Zit hier wel vis? Komen ze hier wel langs? Wat zijn de aastijden? Welk aas is het beste? Welke rig? Waar moet ik vissen? Allemaal vragen waar veel vissers graag antwoord op hebben voor ze ergens hun rigs nat durven maken. Zekerheid dus. Magazines, filmpjes, internet en direct op de man af vragen bieden uitkomst. Maar leveren die wel de gewenste informatie op? En hoe betrouwbaar is die dan? Er zijn weinig grootwatervissers bereid om hun eigen glazen in te gooien. En terecht, want ook zij hebben hun kennis waarschijnlijk met vallen en opstaan vergaard.

 

Groot water State of mind 2

Wegdromen aan een groot water.

 

Naar mijn mening behoort vissen niet simpel te zijn, althans, niet voor lang. Verwordt het tot ‘even wat vissen vangen’, dan is voor mij al een deel van het plezier verloren gegaan. Juist daarom zal het vissen op groot water of grote watersystemen mij niet snel vervelen. Telkens als ik denk het spelletje door te hebben en goed vang, blijkt het toch weer anders te lopen. Bovendien zijn door de grootte van het water de stekken en vismogelijkheden legio.

 

Januari

Gedurende de winter maak ik regelmatig verkenningstripjes langs de oevers van de grote watersystemen en afgelopen week heb ik op twee verschillende plaatsen een paar karpers zien zwemmen. Het water was er vrij helder en maximaal drie meter diep. Zomaar opeens waren ze er. De twee volgende trips peil ik nog meer stukken water af en voer ik op vijf plekken een handje Crushies en 15mm bollen. Niet alleen voor het gevoel, maar ook om te zien of de karpers weer zijn langsgekomen.


Het is tijdens de eerstvolgende trip dat twee van de vijf aangevoerde plekjes leeg gevreten zijn. Het zijn tevens de plekken waar ik ze eerder had waargenomen. Aangezien ik hier geen watervogels heb gezien, ga ik ervan uit dat het karpers zijn geweest. Ik voer een heel klein beetje bij om de volgende dag terug te keren.
Nu is op alle plekken het voer weg, maar de watervogels die verderop dobberen, doen me twijfelen of het wel de karpers zijn geweest. Zo onopvallend mogelijk voer ik een handje voer op de bekende plekken om deze daarna een uurtje met rust te laten. In de tussentijd onderzoek ik een nabijgelegen baai met peilhengel en polaroidbril.


Meteen op de eerste plek is het bingo. En hoe! Heel traag komen ze aangezwommen, negen stuks, uit het midden, over een met keien bezaaid stuk bodem. Een enkeling pakt één of twee brokjes, maar daar blijft het bij. Als er eentje het sein tot vertrekken geeft, volgt de rest.

 

Groot water State of mind 3

De onzekerheid weggenomen, ze liggen er!

 

Dit scenario speelt zich nog twee keer af en geen enkele keer blijven ze langer dan tien minuten weg. Opvallend is wel dat het steeds dezelfde vissen zijn die eten! Het is tijd om een rig te water te laten. Net op tijd want ze komen alweer aanzwemmen. Nu pakt ook een derde vis wat op van de bodem, de rest hangt gewoon maar wat in de buurt. Het gaat allemaal heel traag. Niet verwonderlijk met de heersende watertemperaturen. Het begint te sneeuwen. Als de vissen de voerplek weer beginnen te verlaten, pakt er een schub toch nog mijn haakaas op. Het lood komt los van de bodem, de vis schudt zijn kop. Langzaam zwemt hij weg, niks geen spurt. De lijn strekt zich. Veel stelt de dril niet voor en al snel ligt de vis in de mat. In de twee weken die volgen weet ik verschillende karpers op drie van de vijf plekken te strikken. Tussendoor zoek en vind ik vergelijkbare plekken. Dit wordt een winter om nooit te vergeten!

 

Groot water State of mind 4

Een tackleboxje met alleen de hoognodige reservespulletjes gaan mee.

 

Maar dan, niets! Hoe kan dit? De omstandigheden zijn stabiel. Heb ik iets verkeerd gedaan? Puur mazzel gehad? Heb ik teveel gevoerd? Te weinig om ze vast te houden misschien? Heeft een andere visser mij opgemerkt en is die hier ook bezig? Of zijn de vissen doorgetrokken? Waarom? Waardoor? Altijd weer die onzekerheid, altijd weer die vragen, maar man, wat was het gaaf!


Dit soort ervaringen maken voor mij de inspanningen en het vissen op grote waterpartijen de moeite waard. Veel van mijn successen zijn dan ook terug te voeren op inzet en logisch nadenken. Om vis te kunnen vangen is het belangrijkste vereiste om daar te vissen waar ze zich ophouden of langskomen. Een kwestie van beredeneren waarom een karper op een bepaalde plek zou komen. En aangezien veel van die redenen voor ons boven water niet zichtbaar zijn, zullen we op zoek moeten gaan en proberen. Inzet tonen dus. Zijn er richels? Kuilen? Bulten? Geulen? Obstakels? Voedsel? Tekenen van karper? Trekken ze er langs? Een chillplek? Durf te onderzoeken en proberen, maar wel telkens met een gedachte erachter. Met elk gevonden aanknopingspunt neem je voor jezelf een stukje onzekerheid weg. Dat vist toch weer iets prettiger en versterkt je doorzettingsvermogen.

 

Groot water State of mind 5

Groot water betekent allerlei soorten, maten en kleuren.

 

Juli

Ik werp de derde rig schuin naar rechts, voor een rietkraag langs, en ga vervolgens in het water op mijn zitsteen zitten. De golfjes slaan stuk op mijn waadpak ter hoogte van mijn buik. Het grote lelieveld voor me deint mee op de golfslag, ertussen mijn drijvende landingsnet, onder de lijnen die van de omhoog gerichte hengels een meter of vijftien voor me in het water verdwijnen. De meerkoetenfamilie duikt, voedt zich en maakt ruzie. Dik honderd meter verderop passeren diepladers. Op de kant, in een gaatje in de struiken, staan mijn tasje en transportkar. Ervoor drijft mijn onthaakmat met een emmertje boilies erin. Het is een flink eind lopen naar de stek en na afloop van deze vier uur durende sessie staan er nog eens zoveel uur gepland voor een tweede stek, een goede tweehonderd meter verderop. Alleen het hoognodige is dus mee.


De stek waar ik nu zit, leverde de afgelopen vier sessies telkens tussen de drie en vijf aanbeten op in vier uur vissen. De andere stek loopt een stuk minder goed met slechts één vis in evenzoveel sessies. Vandaag valt daar de beslissing of ik er doorzet of niet.

 

Groot water State of mind 6

Aaskraters verraden soms de plekken waar de vis graag rondhangt.

 

Een kwartier na aanvang wordt er een hengeltop kromgetrokken en sta ik op. De aanbeet kwam niet onverwacht. Vijf minuten later druk ik de haak uit de bek van een kleine, gehavende torpedoschub. Die mag snel weer terug. Ik weet al wat me te wachten staat; het gaat een druk middagje met dit slag vissen worden. Als ik een nieuwe boilie op de hair zet, gaat de linker hengel er vandoor. Bij vijf stokt de teller en de laatste twee uur van de sessie vang ik niets meer. De tweede stek bevis ik drie uur lang, dan ben ik alle moed verloren. Hier houd ik het de komende tijd voor gezien en zal als alternatief wat meer instant in de buurt gaan vissen tot ik ergens karper vind.

 

Twee dagen later ben ik terug. Het regent, dus haast ik me de boel op te zetten en de beschutting van mijn paraplu op te zoeken. Een gewone, zo een die je op straat boven je hoofd houdt. Ik draag toch een waadpak. Minimale bepakking weet je wel? Na een half uur begin ik al onrustig te worden. Na twee uur zelfs bezorgd. Waar zijn ze? Ze zouden toch moeten liggen te wachten, net als de vorige keren? Wat is er aan de hand? Is het de regen? Zit er geen vis meer? De staartmezen die de bomen om me heen frequent aandoen, helpen me de tijd door te komen. Tussendoor treiter ik de honderden baarzen die om mijn benen zwemmen door af en toe mijn voet te bewegen. De vier uur zijn bijna voorbij. Tóch nog een run. Het eerste schot is indrukwekkend. Heerlijk dit! Geen flitsend gedrag, wat doet vermoeden dat het er eentje uit de zwaardere categorie is. Plots komt het beest met een noodgang op mij afzwemmen. Hier bewijst het nut van een molen met een groot opdraaivermogen zich. Een paar meter voor de lelies kiest de vis ervoor om naar rechts te zwemmen. Daar boort hij zich er alsnog in. Ik gooi het net voor me uit, richting vis en waad door tot het water te diep wordt. Met beleid weet ik de lijn vrij te krijgen. De vis, een schub, kolkt aan de oppervlakte. Kort daarop is het pleit beslecht. Een typische grootwatervis, mooi, langgerekt en bruin gekleurd. Dik twintig pond, bovengemiddeld groot.

Groot water State of mind 7

Groot water State of mind 8

Altijd weer een spannend moment, trouwens, óók die projectspiegels groeien goed!

 

Zijn ze net aangekomen? Ik zeker het net om snel een beetje bij te kunnen voeren. Als er meer zitten, moeten die bezig gehouden worden! Ik verleng mijn verblijf met twee uurtjes. Het blijft bij de ene vis. Zwom deze alleen? Was het een passant? Wat zal ik doen? Doorgaan of stoppen? Onzekerheid is goed. Het houdt je scherp en noopt je creatief en innovatief te denken én misschien belangrijker, het houdt hongerig en relativeert.

 

Augustus

Ik ben ze kwijt. Zes blanks op rij doen mij enkele bekende stekken aan kleiner water opzoeken. Even weer vertrouwen tanken en bevestigd krijgen dat ik het nog kan. Tussendoor bezoek ik diverse plekken langs de dijk waar ik kilometers ver over het water kan kijken en het bodemverloop ken. Zo voorkom ik dat de overkant van de kleinere watertjes te snel op mij af komen en vind ik misschien een aanknopingspunt om ergens te starten. Ik besluit om meerdere twee uur durende sessietjes per dag te vissen zonder voor te voeren. Zo hoop ik ze ergens te vinden en voeren brengt gevoelsmatig toch visverplichting met zich mee. 

Groot water State of mind 9

 

Hier doe je het allemaal voor.

Groot water State of mind 10

 

De rigs liggen op hun plek en zoals vaak sta ik naast mijn hengels in het water, speurend naar tekenen van activiteit. Ergens vermoeiend en ongemakkelijk, maar het vergroot wel de verbondenheid met het water en alles wat er in en omheen leeft. Juist dat maakt een belangrijk deel uit van mijn visserij; ik houd van het water. Rond mijn benen zwemmen kleine en middelgrote baarzen. Het door mijn voeten opdwarrelende sediment trekt ze aan. Plons. Ruim dertig meter van mijn rechter plek een onderbreking in de kabbel. Net als ik mijn hoofd weer wegdraai, verschijnt er op nagenoeg dezelfde plek een karper deels boven water en valt terug. Niet veel later wéér één. Ze zitten in de buurt! Ten overvloede check ik of alles op zijn plaats ligt. Ik ben er klaar voor. Een uur verstrijkt. Een tweede volgt. Waar blijft die aanbeet dan? Een doffe klap recht vooruit, zeker zestig meter van mijn rigs vandaan. Waarom daar? Waarom nu pas? Hebben ze mijn voer opgegeten en mijn rigs omzeild? Even later, kort achter elkaar, meer naar links, springt er drie keer een vis. Het is alsof ze met een boog om mijn stek heen zijn gezwommen. Zouden ze niets van mijn voer moeten hebben? Dat geloof ik niet, want mijn aas bewijst al heel wat jaren zijn vangkracht. Mijn lijnen lopen ook over de bodem. Uiteindelijk druip ik visloos af. Het gebeuren laat me niet los en ik besluit drie dagen later om met de boot het water op te gaan. Misschien ontdek ik een oorzaak of kan ik iets uitsluiten. Al na een kwartier peilen vind ik een langgerekte rand waar het van twee naar drie meter afloopt. Zo ver heb ik destijds niet uit de kant gepeild omdat ik al snel een interessante, langgerekte, steenstortrand vond. Ik had dus verder moeten kijken. Een leermoment dus! Of eigenlijk meer een herinnering dat ik toen niet zorgvuldig genoeg ben bezig geweest.

 

Hier doe je het allemaal voor.11

Misschien zat deze een maand eerder wel 100 km verderop…

 

De keren erop bevis ik de nieuw gevonden rand en krijg ik de bevestiging die ik zocht. Bruine, haast zwarte, bijna grijze, lelijke en bloedmooie schubs en spiegels komen in mijn net. Maar ook hier lopen de vangsten uiteindelijk terug. Heb ik alles gevangen? Ontwijken ze de stek? Of zijn ze juist doorgetrokken? Waarom? Waardoor? Vragen en dus onzekerheid. Gelukkig is het er. Is het onbekende, het filosoferen, het beredeneren en analyseren niet juist wat vissen zo boeiend maakt? Waarom we er niet over uitgesproken raken?


Om onze onzekerheid te camoufleren beschikken wij als vissers over een breed arsenaal aan excuses om eventuele slechte vangsten te verklaren. Aas, rig en weer zijn de meest genoemde. Vaak willen we niet verder kijken. Maar zeg eens eerlijk, wie heeft er daadwerkelijk zelf iets onderzocht? Strookt de praktijk wel met de gepubliceerde theorieën waarvan we en masse uitgegaan? Is niet elke situatie anders, om wat voor reden dan ook? Waarom iets niet zelf uitzoeken? Je onzekerheid wegnemen door zelf te ervaren en te zien? Immers, geen betere leerschool dan zelf iets ervaren.


De moeilijkheidsgraad van vissen, en met name grootwatervissen, zit hem voor een groot deel in mentale weerbaarheid. Met inzet en kennis kan je veel onzekerheid wegnemen, maar nooit alles. Pas als je vangt voel je meer zekerheid. Maar had het niet beter gekund? De vele variabelen tijdens het vissen en het feit dat we met levende wezens te maken hebben, zorgen dat we altijd ergens onzeker over zullen blijven. Is dat niet een deel van het avontuur dat we zoeken? Vissen is geen boodschappen doen in een goed bevoorrade supermarkt.

 

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Dé Karperwereld. Boudwijn Margadant levert regelmatig fraaie artikelen aan dit magazine. Kijk voor een voordelig abonnement elders op deze site.


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.