Les femmes fatales de Champagne


05 mei 2016 | Rini Groothuis

Het is een weeïg gevoel in de onderbuik dat voor onrust zorgt. Een sluimerende drang naar ‘la vie en rose’, zoals Edith Piaf eens zong… 

Massief van bouw en indrukwekkend van schubbenpatroon. Er straalt veel kracht vanaf.

 

Een niet te vermijden zucht naar avontuur die zich steeds nadrukkelijker doet voelen. Na het vangen van de grootste karper in mijn regio was ik toe aan een wisseling van battlegrounds. En Frankrijk drong zich aan mij op, langzaam maar gestaag en niet te negeren. 

 

Lock, stock and barrel

Het was lang geleden dat ik er had gevist. Zo’n twintig jaar. Lac du Der was het schaakbord waar ik mijn laatste zetten plaatste. In mijn beleving een Lac boordevol uitdaging, mysterie en mystiek. Lac du Der is een meer dat verslaaft, dat je in een houdgreep houdt. Wie er eenmaal heeft gevist, wil altijd weer terug. De laatste sessie zaten we op de dijk, Bram en ik. Stokbroodje kaas en een fles goedkope wijn in de hand. La vie en rose op onze manier. Onze boilies lagen zo’n 200 meter uit de kant. In een geul die we na lang peilen hadden gevonden. Geen visvinders, dieptemeters of voerboten in die tijd. Gewoon het betere handwerk. De middag was zonder een bliep verstreken en de avond zou zich spoedig aankondigen. We overzagen de vage horizon van een meer dat haast oneindig leek. Geen zuchtje wind. Het water rimpelloos, zo strak als een spiegel. De letterlijke stilte voor de storm, zo bleek. Het dreigde aan de overkant. Zwart is zwart, maar de lucht daar had een nog diepere tint, dat van inktzwart. Het firmament kraakte. Lichtflitsen om de paar seconden, donderslagen in Dolby Surround. Het kan spoken op du Der maar hier stonden we aan de aftrap van een ongenaakbaar brok natuurgeweld. Op een kale, onbeschutte dijk...

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-02

Back in 1993…

 

De toorn van Wodan

De ouverture kwam razendsnel en in de vorm van een massief hagelgordijn met stenen van verschillend formaat. Van één tot drie centimeter in doorsnee. Golfbalformaat. Niet meer of minder dan de toorn van Wodan die in volle hevigheid op ons neer daalde. Een ontketende storm die alsmaar in kracht toenam, die het eens rimpelloze water in uiterste vervoering bracht en een branding tevoorschijn toverde richting de omvang van de surfgolven van de Gold Coast in Australië. Ik had het aan zien komen. Ik had mijn onderkomen tijdig gezekerd met een aantal basaltblokken van de dijk. Super-de-luxe bivvy’s met waterdicht doek van microvezels waren er niet in die tijd. Je had een nylon paraplu met een zeil erover die je vastzette met haringen. Welnu, die haringen kregen hulp van 10 kilo zware basaltblokken en ondersteunden mijn ijdele hoop dat alles het zou houden. Dat kon niet gezegd worden van enkele Duitse karpervissers een eindje verderop. Hun hengels werden als rietjes uit de steunen gerukt en hun tenten als ballonnen een honderdtal meters verderop in de bush-bush gedropt. De ontreddering was groot. Na middernacht nam de storm tot mijn opluchting wat af. De hagelbui was aanvankelijk overgegaan in een hoosbui van dikke regeldruppels maar door de kieren van de hagelscheuren in het nylondoek ontwaarde ik nog slechts een vlagerige regen. De branding was gedecimeerd tot kaliber Noordzeegolf windkracht 5. Gedonder en weerlichten met 20 seconden tussentijd gaven aan dat het hoogtepunt van de storm voorbij was. Eindelijk kon ik de steel van mijn paraplu loslaten…

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-03
Niet genoeg voor een pleister op de wonde.

 

Het zwarte gat

De aanbeet komt om half twee ’s nachts. In het pikkedonker. Totaal onverwacht. Zoals karperruns meestal komen. De hele avond heb ik de storm gedreven kakafonie van hoge, lage en midden-tonen van mijn Delkims aan moeten horen. Op een mindere gevoeligheid zetten, ging niet. Ik durfde mijn tent niet uit. Maar ineens is daar het monotone en constante geluid van een overwerkte Delkim. De melodie overstemt zelfs het gedonder in de verte. Een run! Zowel Bram als ik zijn gelijktijdig uit de tent. Welke hengel is het? Die in het midden. Het rode lampje brandt continu. De hengel gaat krom onderuit. Een zware weerstand volgt. En dat op 200 meter. Het ritueel dat volgt is ontstaan uit jarenlange ervaring; een vele malen geoefend samenspel waarbij geen woorden nodig zijn. Van de dijk af, naar de polyester boot die gelukkig nog op het strandje ligt, landingsnet mee. Strompelend door het schuimende water, de boot in, Bram zwoegend aan de riemen, ik met een kromme hengel achterin het zwarte gat tegemoet en het zog achterlatend.  De 200 meter lange route voelt als een cake walk, of beter gezegd, als een roller coaster. Om de haverklap tillen de golven ons  zowat een meter omhoog en slaat de boeg onheilspellend in de ontstane trog als een hamerslag naar beneden. Een boot? Het is een notendop op een waterval waarin we zitten. Een niet aflatend angst bekruipt me met elke meter die we maken. Gaat dit wel goed? 

 

Du Der tragedie

We zijn verloren in de tijd maar uiteindelijk zien we een schim hoog in een golf ploeteren, dansend in de lichtbundel van de schijnwerper. Zo goed en kwaad als het gaat hou ik haar hoog. Ze is groot, heel groot. Ik ken Bram zijn Benelux-record, maar deze vis….? Schuim spat me om de oren. Ik kan mijn evenwicht amper bewaren. Op het ene moment zien we haar in de lichtbundel op de top van een golf kantelen en het volgende moment is ze weer achter de golf verdwenen. Seconden lijken uren maar daar deint ze dan, uitgeteld, half schuin, nog maar een paar meter van de boeg vandaan, in het water. Het net kan uit. Bram buigt zich over de boeg, het net vooruit gestoken, hevig op en neer deinend. De dril weerspiegelt zich echter in een drama. Het zwaard van Damocles is een golf die de punt van de boot welhaast een meter omhoog  zwiept en vervolgens diep naar beneden in de trog laat smakken. Ik had de spiegelkarper over het net geloodst. Ze lag boven de driehoek. Dat net klapte in de trog naar beneden. Bram had geen controle om het net op het moment suprême nog te liften. Een klap met de staart en ze was er uit. Een seconde later loste de haak. Schaakmat. Ik voel me kapitein Achab die tot zijn afgrijzen de witte walvis ziet ontsnappen. Met moeite vinden we onze tenten terug; ze steken als silhouetten af tegen een bizarre achtergrond van bliksemflitsen en weerlichten. Dat decor past wel een beetje in het plaatje. Ik ben er ziek van. De karper die ik vervolgens in het ochtendgloren nog weet te vangen, acteert als 20-plusser niet eens als doekje voor het bloeden. We zijn ontredderd, pakken zwijgend de drijfnatte zooi in en koersen naar Brabant. Je moet je nederlagen nu eenmaal onder ogen zien. Onderweg leggen we in een eetcafeetje aan voor een koffie en een omelet. We zijn er aan toe. De televisie staat aan. Het nieuws is op. De berichtgeving is bizar. Vannacht is er iemand verdronken op du Der. Een Nederlandse karpervisser. Evenwicht verloren en uit zijn boot gevallen. Laarzen aan. Geen schijn van kans. Diep onder de indruk vervolgen we onze terugweg, in het besef dat het voor ons ook anders had kunnen aflopen. Het was mijn laatste sessie in Frankrijk. Diep gegroefd in de plooien van mijn hersenen. Op een paar maanden na twintig jaar geleden.

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-04

Maar we zijn terug. Aan de oevers van een étang in het Champagnegebied.

 

Alive and kicking

Maar we zijn terug. Aan de oevers van een étang in het Champagnegebied. Niet ver van du Der trouwens. Het is een vrij onbekend meertje, 1,7 ha groot. Rustig en vredig, ver van het stadse lawaai, mooi gelegen in de weidse velden en akkers van de Champagnestreek en gegarneerd met een keur van allerlei struikgewas en bomen. Het is er 150 tot 180 cm diep en de bodem is die van een typische gravelpit, waarop hier en daar een gordel onderwaterplanten groeit. Beetje toevallig dat we hier zijn, mijn zoon Patrick en ik. Dit water wordt maar 14 weken per jaar bevist in een afwisselend ritme van om de week vissen. Dat geeft de vis de kans om weer ‘op adem’ te komen, weet Laurent, de beheerder, me te vertellen. Het karperbestand liegt er overigens niet om. Er zwemmen hier heel knappe schubkarpers hun rondjes en hoewel we hier primair voor een weekje  quality time zijn gekomen, hebben we dit gegeven wel goed in onze oren geknoopt. Wekenlang hebben diverse meteo-consultants ons goed weer voorspeld, maar bij aankomst krijgen we te maken met een depressie van formaat. Een hoosbui afgewisseld met regen in vlagerige striemen. Een kleine opklaring geeft ons echter de gelegenheid de spullen uit te laden en onze tijdelijke onderkomens op te zetten. Nergens zo’n hekel aan als optuigen in de regen. Ha, ditmaal geen nylon paraplu, maar een waterdichte super-de-luxe bivvy met overwrap als markering van de voortschrijdende vernieuwingen in de hengelsport. Mooi. De hengels kunnen uit, drie in totaal. Morgen zullen we ons bezig houden met het zoeken naar strategische karperplekken, maar voor nu richten mijn eerste intuïtieve pijlen zich op de oevergedeelten met overhangende takken. Een logische keuze, immers, in wateren met rustige en onbelopen oevers zit de karper in negen van de tien keren nabij de kant. Het zijn en blijven kantengrazers.  

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-05

 

De twee andere stuur ik met de voerboot naar de overkant.

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-06

 

Zij paste amper in de XL mat.

De eerste nacht

Eén hengel gaat uit onder de eigen kant, een meter vanaf een uitdagend bosje riet dat in het water steekt, een dertig meter van me vandaan. Twee grote Chili-maïskorrels, afgetopt met een plastic pop-up maïsje en opgefleurd met een dotje Almond Goo sieren de hair. Dat alles gepresenteerd op een bedje van sweetcorn, hennep en tarwe. Het zou zo op het menu van een restaurant kunnen staan. De twee andere stuur ik met de voerboot naar de overkant. Eentje drop ik 80 meter verder in een gat tussen de overhangende takken en de andere in een inhammetje wat verderop. Beide beaasd met een 15 mm Poseidon tunabolletje, van de week vers gedraaid en nieuw op de markt. Ik leg deze graag eens op de testbank. De boilies worden gegarneerd met gecrushte, gesneden en hele soortgenoten. Geen brasem hier, dus we kunnen het klein en fijn houden. Patrick zit een 100 meter verderop en houdt het simpeler; hij zweert bij Triple S van Pro Line en al zijn hengels zijn ermee beaasd. Eén hengel ligt aan de monding van een sloot, de andere op een plek waar ie een karper heeft zien golven en de derde pardoes in het midden van het Lac. De strategie op dit voor ons onbekende meer is duidelijk. Zoveel mogelijk water coveren met uiteenlopende aassoorten, in de hoop zo snel te ontdekken waar de activiteit plaatsvindt en wat de voorkeuren zijn. Als de duisternis zich uiteindelijk als een zwarte deken over de Champagnestreek vlijt, is de regen weggetrokken en vallen er gaten in de bewolking.  De wind waait uit zuidwestelijke richting met een windkracht 4 en koud is het niet. Puik visweer!

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-07
En die ontdekking betaalt zich uit. De eerste van Patricks trio veertigers.

 

Waxinelichtjes

De eerste karper meldt zich ’s avonds om half tien in de inham. Een wat haperend staccato van piepjes doet me opveren en aanslaan. De sensatie van een eerste vis op een nieuw water borrelt als champagne in me op. Altijd spannend, wat zou het zijn? Even later geeft het net toegang aan een bescheiden spiegelkarpertje van een pond of veertien. Nou ja, de kop is er af. En wie het kleine niet eert…. Ik kruip op mijn stretcher in de slaapzak en staar naar de beide waxinelichtjes die de klammigheid in de bivvy  moeten verdrijven. Wat zal de week ons brengen? Met visioenen van reuzenkarpers dommel ik in… Het is half vier ’s nachts en de sirene schiet als een elektrische schok door me heen. Het rode licht van de remote brandt egaal, een bloedrun! Op de Chili-maïs. Op de hengel aan de eigen kant. Wat gaat ie hard. Hoe was het ritueel ook al weer? Wakker worden, bril op, sloffen aan, koplamp op mijn hoofd. Koplamp? Waar is de koplamp? In alle hectiek schop ik de waxinelichtjes om en is de duisternis compleet. Het lipje van de rits blijkt dan wel erg klein. Eenmaal buiten met een zich zwaar krommende hengel in de hand en een fluitend gezang in de lijn merk ik dat de vis al ver weg zit. Hij voelt zwaar en log aan. Af en toe gluurt de maan door het drijvende wolkendek en kan ik me iets oriënteren, maar het duurt naar mijn gevoel toch zeker een twintigtal minuten voordat de vis met zware schokken onder de kant heen en weer koerst. In het fluctuerende maanlicht vang ik glimpen van hem op. Of liever gezegd, van haar, want dit is onomstotelijk een van de beschubde ‘femmes fatales’ waar dit water zijn aantrekkingskracht aan dankt. Het landen blijkt geen sinecure in het donker, maar er gaat gelukkig niets verkeerd. Als ik het net uit het water wil hijsen, lukt me dat in eerste instantie van geen kanten. Het voelt alsof ik een zak cement tors. Wat zit hierin? De schubkarper past vervolgens amper in de XL onthaakmat en het is dan dat ik toch maar besluit om Patrick wakker te maken. Die heeft vannacht al twee graskarpers  van 26 en 27 pond achter de kiezen en hij was niet blij met die nerveuze vissen. Ze beginnen pas te vechten als ze in het net liggen. Patrick is diep onder de indruk van de schoonheid van mijn schubkarper. Dat egale patroon van gelige schubben, die machtige roodbruine vinnenpartij en dat kracht uitstralende lichaam: een beauty. De naald van de unster mist de 23 kilo op twee streepjes na. We houden het op 45,5 pond en zakken de vis voor een paar uur. Morgenvroeg eerste karwei: een fotoshoot!

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-08
De tweede, een echte buffel op 42 pond.

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-09
Deze prachtige goudkleurige schub complimenteerde de hattrick.

 

Holding area

Patrick besluit de volgende morgen tot een move. Hij heeft in de achterste kom een paar keer karpers zien golven en heeft zich voorgenomen om zich op dat gebied te concentreren. Bovendien is ie die graskarpers beu. Zijn beslissing blijkt een schot in de roos. Regelmatig duikelen er karpers uitbundig aan de oppervlakte en verschijnen er bruisende bellenplakkaten. Zonder twijfel: hij is op een holding area gestuit. En die ontdekking betaalt zich uit. In de daarop volgende uren vindt een ongelofelijk trio van veertigers zijn landingsnet: een hattrick van 46 pond bij 107 cm, 42 pond bij precies een meter en 40,5 pond bij 98 cm. Vooral de veertigponder is een koninklijke verschijning: goudgele schubben en een roodachtig getinte vinnenpartij. Mooier kun je ze niet vangen. Die nacht draai ik de hengels binnen. Ik heb een hevig tekort aan slaap. Patrick gaat niettemin onverdroten door en bekroont zijn inspanningen met een 36 ponder. Als ik de volgende ochtend met stramme ledematen uit de bivvy stap, spiegelt de opkomende zon zich in het strakke water. De hemel is azuurblauw. Wind staat er vrijwel niet, maar het enkele zuchtje komt uit het oosten. Geen kring, geen golf te bekennen. De Delkims houden rust. Tussen twee hengels heeft een artistieke spin een complex web gesponnen. Klevende dauwdruppels maken er een opvallend kunstwerk van. Geen goed teken, dit. Overdag is het een aangename 17 graden maar ‘s nachts zakt de temperatuur tot drie! Geen leven te bespeuren. De vis ligt stil. Wat de weergoden al niet met een ondiep water kunnen uitspoken.

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-10

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-11

Nog een laatste liefkozende blik op een van de femmes fatales.

 

Mona Lisa

De volgende dagen blijft het rustig. Ik vang nog wel een paar kreeften en zowaar een rat – keurig netjes in de bek gehaakt – maar daar blijft het ook bij. Op de dag voor ons vertrek draait een aanwakkerende wind echter ineens uit het zuidwesten. Een opsteker want met die wind verschijnen opnieuw bewolking en regen. Vanaf acquit is het raak. We ‘are back in business’. En wel op de tunaboilie. Laurent staat achter me wanneer ik het staal op 80 meter afstand vastprik. De vis komt gemakkelijk mee, doet eigenlijk heel weinig. “Cést une petite carpe” , zeg ik achteloos tegen hem. Maar wanneer ik een welgevormde bulk karpervlees in het landingsnet trek, blijkt mijn uitspraak een understatement van jewelste. Het is een spiegel van niet onooglijke afmetingen, om het zachtjes uit te drukken. 

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-12
Wat kan een mens zich vergissen.

 

Wat kan een mens zich vergissen. Intussen heeft Patrick niet stilgezeten. Helemaal in zijn element levert de holding area nog een uiterst fraaie, hard vechtende 39 ponder voor hem op. De schubkarper heeft een wat schuine bek en de naam Mona Lisa is dan al snel gegeven. Het is de laatste vis van onze sessie. Morgenvroeg inpakken en op weg naar het Brabantse. Maar dat we hier terugkomen is wel zeker. Du Der moet nog maar even wachten.

 

femmes-fatales-de-champagne-rini-groothuis-13
Het is de laatste vis van onze sessie.

 

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Dé Karperwereld, voortaan direct op de hoogte blijven van de nieuwste top artikelen? Klik hier!

 


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (1)


 

Jan keijenberg

Hoe herkenbaar rini. Wij hebben dit fenomeen storm ook op du der meegemaakt in die tijd.... Kostte nog een boot ook nog......maar wat een tijd was dat....en wat een vissen toen...