Martin Post over voertactiek (1): voorvoeren nader bekeken


24 september 2016 | Martin Post

Dit weekend twee artikelen van de populaire karpervisser Martin Post op rij! Als keiharde praktijk man én de geestelijk vader van zijn eigen voermerk Originals is hij natuurlijk de aangewezen persoon ons een bij te praten en voor te lichten over voer én voeren anno 2016…

Drukte aan de waterkant vraagt om een aangepaste tactiek. Creatieve (voer)tactieken werken tegenwoordig beter dan ‘traditioneel (voor)voeren’.

 

Even goed voorvoeren en vervolgens een stek keihard afromen… Het klinkt zo gemakkelijk. Maar hoeveel meerwaarde heeft voorvoeren tegenwoordig nog? Martin Post beschrijft in dit artikel de basis en herkomst van deze tactiek en tevens kraakt hij enkele kritische noten. Voor de ervaren karpervisser een lekkere opfrisser, voor de beginner misschien wel een leerzaam stuk en een goede basis om op verder te bouwen.

 

Voorvoeren kent z’n oorsprong al enkele decennia geleden. Het waren de bedenkers van de boilie die in de UK ontdekten dat de boilie nog veel effectiever werd als je deze enkele dagen voorafgaand aan een sessie aan de karpers voerde. In eerste instantie was aasgewenning de belangrijkste reden om boilies te voeren. Pas later ontdekten aastheoreticus Fred Wilton en zijn medestanders dat voorvoeren nog veel meer voordelen had.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-02N

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-03N

Aanpak… Een afwijkende afroommethode zorgde voor vroeg voorjaarssucces.

 

Aasgewenning

In de begintijd van de boilie waren er diverse stromingen en theorieën over dit populaire karperaas. Daar waar de ene groep stellig beweerde dat de boilie moest worden samengesteld uit een zeer complexe combinatie van voornamelijk eiwitten, om een zo goed mogelijke voedingswaarde te bereiken, was er een andere groep die vooral heel prijsbewust een boilie in elkaar knutselde. Het resultaat daarvan was een boilie met een heerlijke smaak die qua voedingswaarde grotendeels bestond uit koolhydraten. Al snel bleek die laatste groep in het voordeel.

 

De instant vangkracht van dit aas was namelijk enorm en karpers leken het als zoete koek naar binnen te werken. De acceptatie van deze voor karpers nieuwe voedselbron ging dus enorm snel. Hoe anders was dit met aas dat een hoge voedingswaarde bevat en vooral in het begin bestond uit melkeiwitten? Dit type boilies werd veel minder gemakkelijk geaccepteerd. De vangsten vielen tegen en terwijl deze theorie van Wilton aardig klopte werden hij en zijn mannen in de praktijk vaak keihard naar huis gevist door de vissers die met een goedkoop koolhydraatrijk bolletje zaten te vissen. Aasgewenning bleek (naast een verandering in smaak) uiteindelijk de belangrijkste oplossing te zijn! Door de boilie weken- of soms maandenlang dagelijks te voeren, begon een karper uiteindelijk te wennen aan deze nieuwe hoogwaardige voedselbron.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-04N

Sneaky en matig voeren op een vast tijdstip zorgde ervoor dat ik vroeg in het voorjaar de topvis van het water ving in slechts enkele uurtjes vissen!

 

Aasgewenning was in de beginjaren van het boilietijdperk dus voor veel vissers een zeer belangrijke factor om succesvol met boilies te kunnen vissen. Tegenwoordig is dat wel anders. Op de meeste wateren wordt al tientallen jaren gevist met boilies en op veel druk beviste wateren is de boilie een vast onderdeel van de menukaart van een karper. Nu is het niet zo dat ze er niet meer zonder kunnen. Maar het is een feit dat karpers op dergelijke wateren terugvallen in gewicht zodra er bijvoorbeeld een visverbod wordt ingesteld.

 

Een leuk voorbeeld daarvan is het meer in het Luxemburgse Echternach. Ik deed er samen met Harald en Ulco eens een aantal sessies in een jaar dat de officiële visserij er net verboden was. Als we ons verstopten in de bossen dan werd de visserij gedoogd, aldus de lokale politie. Zolang we beloofden er maar niet teveel ruchtbaarheid aan te geven. Lac du Echternach was in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw, één van de bekendste karperwateren van Europa. De karpers waren er vrijwel volledig afhankelijk van de honderden kilo’s boilies die er wekelijks werden gevoerd. Door het visverbod was deze voedselbron plots weggevallen. Dus toen Harald en ik er begin maart onze lijnen te water lieten en voorzichtig wat voer in het koude water dropten, duurde het niet lang voordat de eerste veertiger op de mat lag. Al snel volgden een aantal andere mooie vissen en binnen 48 uur wisten we de topvis van het water te landen op 28 kilo. Dolgelukkig waren we!

 

Pas later hoorden we dat de karpers die we vingen normaal flink zwaarder waren. Black Ridderspot, zoals ze de topvis volgens mij noemen, was het jaar ervoor zelfs al op 34 kilo gevangen. Een gewichtsverlies van maar liefst zes kilo binnen een jaar. Het leek alsof de karpers er waren uitgehongerd en ondanks de lage watertemperatuur dringend behoefte hadden aan voedsel. Het geeft maar aan hoe een karper op dit soort wateren is gewend aan deze makkelijke voedselbron.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-05N

Ik wist de aastijden van deze schub tot bijna een uur nauwkeurig te regisseren. Positieve conditionering is een mooi fenomeen.

 

Maar goed, we dwalen af. Terug naar het belang van aasgewenning. Op 99 procent van de Nederlandse wateren is aasgewenning dus geen issue meer. De karpers zijn al gewend aan boilies en zelfs de meest gekke labels in de vorm van eigenwijze flavours of smaakstoffen zijn de revue wel eens gepasseerd. Aasgewenning is dus niets om je echt druk om te maken.

 

 


 

Boilies worden zo vaak gebruikt dat de karpers de negatieve ervaring van vangen ermee gaan associëren

 


 

 

Je krijgt er in Nederland of in het buitenland pas mee te maken zodra je op echt maagdelijk water aan de slag gaat. Maak je bij een blank of meerdere blanks dan niet direct zorgen. Je kunt het je misschien niet voorstellen maar het is zeer waarschijnlijk dat de karpers er je boilies niet eten omdat ze deze simpelweg nog niet herkennen als een benutbare voedselbron. Een ‘fluo pop-up’ kan in zo’n situatie uitkomst bieden.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-06N

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-07N

De eerste successen in het voorjaar smaken altijd zoet.

 

Conditionering: positief of negatief?

Zodra aasgewenning op wateren een gepasseerd station is, ontstaat er vaak een nieuw probleem. Boilies worden zo vaak gebruikt dat de karpers de negatieve ervaring van vangen ermee gaan associëren. Het begrip negatieve conditionering doet dus zijn intrede. Dit in de vorm van karpers die boilies gaan mijden omdat ze na het eten van boilies direct gevangen worden en die vervelende ervaring (prik van de haak en de dril) gaan associëren met het aas. Boilies worden dan dus massaal gemeden of zo voorzichtig geconsumeerd dat voerplekken worden leeg gevreten terwijl het haakaas blijft liggen. In het begin dachten we nog dat karper een soort supersonisch wezen was dat over extreem veel intelligentie beschikt. Maar inmiddels weten we dat dit puur instinctief en simpel aangeleerd gedrag is, iets dat je in de natuur veel vaker bij dieren ziet.

 

Het begrip negatieve conditionering (in de karpervisserij ook wel ‘dressuur’ genoemd) speelt dus een grote rol. In de praktijk betekent dit dat karpers na verloop van tijd minder gemakkelijk vangbaar worden op boilies. Sommige karpervissers zoeken hun heil dan in alternatieve aassoorten zoals tijgernoten, mais of ‘maples’. Aassoorten waar soms verbluffende resultaten op worden geboekt. Andere vissers gaan aan de slag met het begrip ‘conditionering’ en weten dat wanneer karpers nu negatief geconditioneerd zijn op bepaalde aassoorten, ze ook weer positief geconditioneerd kunnen worden. Zelf ben ik niet blind voor het succes van een aantal alternatieve aassoorten… En toch heb ik afgelopen jaren geprobeerd om het gedrag van een karper opnieuw zoveel mogelijk te beïnvloeden doormiddel van voorvoeren met boilies. Dus niet voor aasgewening, maar wel vanwege stekgewening; dat een vis op bepaalde stekken wél veilig van boilies kan eten! En dat werkte eigenlijk best goed.

 

Door langdurig te voeren op vaste plekken is het mogelijk om karpers te leren dat ze boilies veilig en rustig kunnen eten. Hoe langer je dit proces herhaalt des beter het resultaat is. De karper leert immers dat boilies een veilige en vooral gemakkelijke voedselbron zijn waar ze van kunnen eten, zonder dat ze er negatieve associaties mee op doen.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-08N

Een uurtje vissen was genoeg voor deze schub. De weken ervoor had ik deze stek constant op hetzelfde tijdstip voorzien van een beetje voer.

 

Recht-toe-recht-aan voervoeren bleek op veel wateren lange tijd het toverwoord. Gekscherend werd er wel eens gezegd dat je geen ‘goede visser’ meer hoefde te zijn om monstersessies te beleven. Wanneer je een ‘goede voerder’ was en de discipline had om weken, soms maanden je stekken dagelijks of om de dag te voorzien van een pond of een kilo boilies, dan bleek er heel veel mogelijk. Je hoefde dan nog slechts je hengels in te werpen en karpers binnen te takelen… Uiteraard was de praktijk wat weerbarstiger, maar wanneer je aan de waterkant weinig concurrentie had dan kon je op deze manier ieder jaar flink wat karpers vangen.

 

Positieve conditionering bleek binnen deze tactische meesterzet de sleutel tot succes. Het gaat zelfs zover dat je een karper kan aanleren op welk tijdstip er gevoerd wordt. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat je iedere dag om 17.00 uur enkele vaste stekken aan voert. Wanneer je dit gedurende enkele weken iedere dag herhaalt dan is het mogelijk om de karpers zo te conditioneren dat ze al liggen te wachten op je voerplek en beginnen met azen zodra de boilies te water gaan. Een plonsje dat veroorzaakt wordt wanneer een boilie het water raakt is dan voor de karpers de associatie met beschikbaar voedsel. Deze vorm van conditionering gaat extreem ver maar het is absoluut de moeite waard om te proberen als je er het water voor in de buurt hebt. Het is vooral een handige tactiek voor vissers die extreem weinig vistijd hebben en graag binnen enkele uurtjes een voerplek afromen.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-09N

Kijk een volle sling, daar houden we van!

 

Maar daarmee zijn we er nog niet. Voorvoeren heeft immers nog meer voordelen. Wanneer je in de juiste zones van een water de juiste voerhoeveelheden introduceert en dit gedurende bijvoorbeeld een week of twee weken (bij voorkeur nog langer) herhaalt, dan is het mogelijk om karpers constant te laten terug keren naar je stek. Officieel noemen we dit stekopbouw.

 


 

Zo af en toe hoor je dat er dan nog steeds stekken worden geclaimd, maar op drukke wateren is dat natuurlijk van de zotte

 


 

 

Door een stek enkele keren aan te voeren bouw je een stek op die je dan gedurende enkele sessies kunt afromen. Stekopbouw kan zelfs zo ver gaan dat wanneer je voldoende voert (in het hoogseizoen meerdere kilo’s per dag) steeds meer karpers aanspreekt en aantrekt. Na langdurig voorvoeren op vaste plekken is het dan zelfs mogelijk dat karpers die op je stek aankomen en van je aas snoepen daar blijven liggen, soms wekenlang. Het moment dat ze verdwijnen is vaak pas wanneer je het voerpatroon doorbreekt, bijvoorbeeld wanneer je op vakantie gaat en niet in staat bent om te voeren. 


Resumerend

Je zou kunnen stellen dat de basis van voorvoeren positieve conditionering is. En wanneer je de discipline hebt om de karpers dagelijks te voorzien van wat lekkers en dit lang kunt volhouden, dan zit je echt op rozen. Een vereiste is echter wél dat je ongestoord je ding kunt doen, zonder dat je voerpatroon tussentijds doorbroken wordt door bijvoorbeeld een andere visser die eens per ongeluk op je plekkie gaat zitten. Zodra dit gebeurt en de karpers tussentijds afgestraft worden, simpelweg omdat die andere visser enkele vissen vangt, dan ben je eigenlijk zo goed als kansloos. Niet dat het effect van voorvoeren volledig weg is, maar het effect wat je bereikt bij het langdurig voorbereiden van een stek ga je in de verste verte niet meer halen…

 

Én dat is precies waar de schoen wringt!

 

Voervoeren zoals het ooit in de UK is ontdekt en zoals we dat in het verleden in de Benelux veel hebben toegepast is op de meeste wateren niet meer mogelijk! Het grote aantal karpervissers zorgt ervoor dat het op veel wateren flink drukker is geworden. Op de meeste circuitwateren is het doordeweeks al ontzettend druk, laat staan dat er in het weekend nog plek is om een stek op te bouwen. Zo af en toe hoor je dat er dan nog steeds stekken worden geclaimd, maar op drukke wateren is dat natuurlijk van de zotte. Rustig een stek opbouwen is er dus eigenlijk niet meer bij in zulke gevallen.

 

martin-post-over-voertactiek-1-voorvoeren-nader-bekeken-010N

Een buffel van enkele jaren geleden. Ik had het plekje tijdens een sessie van meerdere dagen voorzien van voer waardoor ze al lagen te wachten toen ik mijn haakaas dropte. Daarover in mijn volgende artikel meer..

 

Dé voorwaarde van een succesvolle voercampagne op lange termijn is dat je karpers met een vaste frequentie iets leert, zonder dat dit patroon doorbroken wordt, en dat laatste is echt een unicum aan het worden. Op zich vind ik dit niet zo’n probleem. Het is echter wel iets waar je jezelf bewust van moet zijn, zodat je er op kunt anticiperen. Instant kun je met het juiste aas prima vis vangen, maar met (tactisch) voorvoeren gaat het net ietsje gemakkelijker… Hoog tijd voor een artikel voorvoeren 2.0, want met slimme hedendaagse aanpassingen in je voertactiek zijn er nog steeds vette sessies mogelijk.

 

Daarover morgen meer!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.