Twee vliegen in één klap


26 november 2016 | Joachim Stelma

Niet alle wateren zijn even gemakkelijk. Sommige zijn zeer obstakelrijk en op andere wateren zijn de karpers als gevolg van hengeldruk zeer op hun hoede. Wat als deze factoren gecombineerd zijn? Er zijn druk beviste putten waar de karpers zo geconditioneerd zijn dat ze zelden nog de obstakels uitkomen…

Een mooie bak uit een winterholding.

 

En wat doen wij karpervissers? Gewoon de onderlijntjes steeds dichter in de takken leggen. ‘Eerst maar beet krijgen’, lijkt men te denken. Omdat ik graag op rivieren vis die vaak zeer obstakelrijk bleken, ging ik op zoek naar een oplossing. Een tijdje geleden vond ik die en sindsdien maak ik er regelmatig gebruik van. En niet eens alleen bij obstakels! Wat ik in dit artikel ga beschrijven heb ik niet zelf verzonnen. Het systeem waarop mijn montages gebaseerd zijn is al jaren geleden uitgevonden en is ook wel bekend als het ‘BoVer systeem’. Toch zie ik het systeem zelden in de praktijk gebracht worden, dus kan het geen kwaad om het nog eens onder de aandacht te brengen.

 

NOODZAAK OBSTAKELVISSEN

Zeker in de wintermaanden en in het vroege voorjaar vertoeven karpers graag tussen obstakels. Het water hoeft daar niet eens druk bevist voor te zijn. Ze liggen lekker beschut tussen (omgevallen) bomen, afgemeerde boten of rondom brugpijlers. Op zelden beviste rivierstukken waar ik veel vis is dat niet anders. Je kunt daar je voordeel mee doen, want de karpers zijn meestal niet heel moeilijk te vinden. Ze zwemmen over het algemeen wel veel minder bij koude watertemperaturen en ook de aastijden zijn soms zeer kort, als je je rig echter op de juiste plek hebt liggen dan kan het ook echt hard gaan. Die juiste plek is dus tussen de obstakels en ik bedoel dan echt midden in de takken. Een meter teveel naar links of naar rechts kan het verschil zijn tussen vangen en blanken.

 

KW-111-08

De enige manier om obstakels echt de baas te zijn.

 

Natuurlijk moet je alert achter je hengels zitten als je tussen de obstakels vist, maar echt moeilijk wordt het pas wanneer de vissen wat actiever worden. Meestal is dit vanaf een watertemperatuur van zo’n tien graden. Zolang er nog parasieten op de huid van de vis zitten betekent het dat ze nog niet echt actief zijn. Langzaamaan gaan de vissen meer zwemmen en op zoek naar voedsel. Tot eind april hoef je echter niet te verwachten dat ze grote rondes trekken. Nog steeds zijn obstakelrijke plekken favoriet. Zeker ook omdat dit niet zelden plekken zijn waar de vissen gaan paaien eind mei, begin juni. Op rivieren liggen bomen tenslotte vaak aangespoeld op ondiepe zones waar ook nog eens het wier begint te groeien. Na de paai kun je de obstakelrijke plekken beter mijden…

 

Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 111 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier.


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.