Wintersprookjes bestaan


04 februari 2017 | Chris De Clercq

Het is al donker als ik hijgend en puffend mijn trolley door de glibberige klei van één van de vele akkers in de Vlaamse Ardennen pers. De ongelofelijke kleefkracht van deze typische grond brengt me in één ruk naar mijn kinderjaren die ik spelend in grootvaders moestuin doorbracht…

De eerste stek, obstakelvissen betekent slip dicht en hengels op enkele steunen.

 

Ik herinner me de keiharde, zongedroogde brokken klei in de zomer die transformeerde in loodzware modder ’s winters; maar ook de gulle oevervloed aan groenten die ze voortbracht aan al wie de moed had die grond te bewerken. 

 

Winters schuilhol

De kruiwagenband raakt ondertussen hopeloos geblokkeerd en met mijn laarzen vol aangekoekte klei bereik ik slechts met een uiterste krachtinspanning het met kleurige bladeren bezaaide bospad. De lichtstraal van mijn hoofdlamp toont mijn gehijg als een mistige rookpluim. Ik moet heel even op adem komen en voel de zweetdruppels op mijn rug naar beneden glijden. Ik troost mij met de gedachte dat ik een héél goede reden heb om al die moeite voor lief te nemen. Even verderop in het bos bevind ik me namelijk recht tegenover één van de twee grote, overhangende wilgen die het water rijk is. We zijn ergens halfweg november 2015 en ik heb me voorgenomen hier de komende weken af en toe een nachtje te vissen om te zien hoe de vork aan de steel zit. Mijn plan is om de vissen hun winterse schuilhol te vinden en ik ben er instinctief van overtuigd dat één van beide takkenjungles een flink deel van de sterk uitgedunde populatie herbergt.

 

Uit lokale, betrouwbare bron weet ik dat, ondanks de grote sterfte twee winters geleden als gevolg van een uitzetting van pootkarper, de stokoude topvis de dodendans is ontsprongen. Die meterlange, imposante schubkarper is de reden waarom ik hier nu ben. Tijdens een voorbereidend bezoekje afgelopen week heb ik in de namiddag bij daglicht enkele proefworpjes gemaakt pal tegen de overhangende takken. De bodem voelde stevig en relatief proper aan en met een gerust gevoel liet ik er een paar handjes voer achter. Alleszins een plek die overtuigend genoeg aanvoelde om de hengels te clippen, daarna te wrappen en uiteindelijk de gevlochten lijn van markerelastiek te voorzien.

 

Wintersprookjes bestaan 2

Uitzetter die de sterfte overleefde.

 

Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 112 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier.


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.