Interview met Vik Debouvere


25 maart 2017 | Franklin Broeckx

Rond de publicatie van dit interview breekt de tijd aan dat Vik Debouvere zich voorbereid op de laatste weken van zijn leven. Dat terwijl zijn tweede boek op het punt van verschijnen staat. Twee feiten die een niet alledaagse combinatie vormen. Het kan Debouvere zelf weinig deren, want dat ‘alledaagse’ was nooit zo aan hem besteed.

 

Debouvere is niet langer in staat nog voor zichzelf te zorgen en slijt zijn laatste dagen thuis, bij zijn inmiddels bejaarde vader (87) en moeder (79). De datum voor zijn euthanasie staat reeds gepland. Deze is op zijn verjaardag: 13 april 2017. ‘De dertiende’, een getal dat voor westerse begrippen vaak symbool staat voor ongeluk. Maar als ik er in zijn ouderlijk huis in Boezinge (West-Vlaanderen), over begin kan hij er alleen maar smakelijk om lachen. Inderdaad, Vik is niet overbedeeld met geluk in zijn leven, toch heeft het hem aan een gezonde dosis humor nooit ontbroken. Zelfs nu niet, terwijl hij lijdt aan onophoudelijke en vooral onverdraaglijke pijnen. 

 

Sterven op je verjaardag

Op zijn sterf- en verjaardag zal het exact 47 jaar geleden zijn dat hij werd geboren in het hospitaal van Ieper. Hij groeit echter op in het huis van zijn ouders in Hollebeke. Zijn vader is varkenshandelaar maar onderhoudt zijn gezin tevens met de verdiensten die hij haalt uit het fokken van allerhande (huis)diersoorten. Het grote vrijstaande huis kent veel ruimte met akkers en grenst aan bossen waarin met name tijdens de Eerste Wereldoorlog heftig werd gestreden. Een frontgebied, met een trieste geschiedenis gevuld met macabere gebeurtenissen. Een omgeving waar Adolf Hitler voor Duitsland nog als soldaat diende, (licht)gewond raakte en werd verzorgd in de crypte onder de Sint-Niklaaskerk van het nabijgelegen Mesen. Volgens Vik is Hitler een ware geluksvogel geweest dat hij het hier in die tijd heeft overleefd. Hij vraagt zich af hoe het anders was gelopen met de wereld, indien de latere Führer net als duizenden andere Duitse soldaten hier was overleden…Waarschijnlijk had WO 2 dan nooit bestaan.

 

Interview met Vik Debouvere 02

 

Vik: “Veruit de meeste bospercelen rondom ons huis waren stil en verlaten, en behoorden in mijn jeugd tot verboden privégebied. Maar gezien de oorlogsgeschiedenis kwamen de mensen er toch al niet graag. De omgeving betekende voor mij en mijn vriendjes in die tijd echter een vrijplaats om te ravotten en kwajongensstreken uit te halen die hoorden bij twaalfjarigen als wij. Hoewel de bossen een bepaalde akeligheid uitstraalden trokken ze ons aan als een magneet en zagen wij deze percelen als ‘ons domein.’ Na een periode van regen veranderde de bodemstructuur en kwam er vaak munitie en soms ander wapentuig bloot te liggen. Tijdens een middagje intensief zoeken hadden we meestal wel een emmer vol met oude kogels. Dat nodigde ons natuurlijk hartelijk uit tot experimenteren.”

 

Hooliganisme 

De jonge Vik raakt zeer door zijn bijzondere leefomgeving gefascineerd. Het oude oorlogsmateriaal dat hij en zijn vrienden vinden wordt op verschillende manier hergebruikt. Het koper, lood en ijzer wordt geselecteerd en verhandeld. Van de opbrengst koopt hij zelfs zijn allereerste glasvezelhengel en zo raakt Vik nu en dan ook aan het vissen... 
Het kruit dat uit de munitie overblijft dient een ander doel. Het wordt gedroogd en onder andere gebruikt voor het produceren van ‘kleine bommen’. Er komen bijvoorbeeld glazen flessen, lonten, vuurwerk en spijkertjes aan te pas. Het bos is natuurlijk de plek bij uitstek om met deze uitvindingen te testen. Debouvere verzekert mij dat het uit jeugdige onbezonnenheid werd geboren, zoals hij zegt ‘een oorlogje naspelen, zonder godsdienstige overtuigingen’. Om de enge uitstraling van ‘hun domein’ nog wat meer kracht bij te zetten, plaatsen de vrienden op enkele plaatsen in het bos voodooachtige poppen om ‘ongenodigde gasten’ af te schrikken. Zonder dat ze erbij stilstonden haalden de Hollebeekse jongeren hiermee de pers, niet iedereen leek er de onschuld van in te zien. Een ander tijdverdrijf waar Vik en zijn vrienden zich mee bezigden betreft voetbal en dan meer specifiek het supporteren van Club Brugge.

 

Interview met Vik Debouvere 03

 

Vik: “Vanaf mijn twaalfde bezoek ik met mijn vader de wedstrijden van onze favoriete Belgische profclub. Het gebeuren omtrent dat voetballen spreekt erg tot mijn verbeelding. Als ik vanaf mijn veertiende met vrienden voortaan ook alleen met de bus mag afreizen naar FC Brugge geniet dat randgebeuren steeds meer onze aandacht. Met name bij de meer gewelddadige, oudere fanatiekelingen onder de supporters zag ik nog wel eens wat gebeuren. Wij sloten er ons min-of-meer bij aan, maar vormden onbewust met jongeren van ongeveer 16 tot en met 19 jaar een heel andere groep dan de destijds uit overwegend skinheads bestaande harde kern. Daaruit voortvloeiend werd later de Brugge Hooligan Organisation opgericht. Wij waren niet voorzien van sportshawls en bomberjacks, maar gehuld in gewone kleding zonder kaalgeschoren hoofden. We stonden echter net zo hard achter onze East-Side. Uiteindelijk word ik – inmiddels als twintiger – opgepakt voor geweldsdelicten en het leiden van een criminele bende, krijg daarbij een stadionverbod en moet een aantal maanden de cel in. Nu ik zoveel ouder ben, kan ik zeggen dat ik op dit gegeven alles behalve trots ben.”

 

Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 113 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.