Als ponden er niet toe doen


13 mei 2017 | Koen Verweij

In mijn blog op www.dekarperwereld.nl schreef ik het verhaaltje Verscholen tussen de weilanden. Een kort verslag over twee avondsessies. Het verhaaltje eindigde als volgt: ik stel mijzelf de vraag wat voor schatten er nog meer in dit donkere water huizen. Ik ben nieuwsgierig… Er zit niets anders op, voorlopig zit deze jongen aan dit water, verscholen tussen de weilanden…

 

Na de twee avondsessies, met als resultaat drie prachtige karpers op de mat, nam dit op het eerste gezicht alledaagse water mij steeds meer in beslag. Gedurende het voorjaar bracht ik er een groot deel van mijn vrije tijd door. Het betreft een water dat iedereen wel in zijn nabije omgeving heeft. Misschien juist daarom wijd ik hier graag een artikel aan. Vaak denken we dat het gras groener is bij de buren. Geregeld hebben we het dan over onze Franse buren. En het klopt… het is daar ook mooi, maar dichtbij, vlak voor je neus, kan het ook prachtig zijn! Ook ik kan lekkerbekkend naar plaatjes kijken van megabakken, gevangen in verre oorden. Zelf vis ik tijdens vakanties graag in Frankrijk, hoewel ik me daar dan niet specifiek richt op de ponden. Daar gaat het bij mij uiteindelijk niet om. Ook in Nederland komen de ponden zeker niet op de eerste plaats binnen mijn visserij. Een water moet natuurlijk karpers bevatten. Dat is een voorwaarde waar ik als karpervisser niet omheen kan. Bevat een water karpers en staat mij de omgeving aan, dan ga ik er (ongeacht of er wel of geen dertig- of veertigponders zwemmen) vol goede moed aan de slag. Een topvis van een water mag van mij ook een flinke twintigponder zijn. Daar kan ik, als ik hem vang, lang van nagenieten. Gaat deze beleving ooit uit mijn vissersbloed, dan ben ik bang dat ik de weg kwijt ben. Wie mij daarop betrapt mag een flinke trap onder mijn achterwerk geven, maar begrijp mij dan nu niet verkeerd… grote vissen vangen doe ik wel graag! Het is voor mij alleen niet een voorwaarde om ergens wel of niet te gaan vissen. Als de buffels er toch zitten en ik vang er een, dan ben ik oprecht blij! Ik hoop dat ik dat kan blijven uiten, anders loop ik zo meteen door een misverstand met een blauw zitvlak rond... Zo was ik dus helemaal in de wolken na het vangen van de eerste vis uit dit alledaagse water. Het water waar ik het telkens over heb is een smal kanaaltje van enkele kilometers lang. Op het oog niets bijzonders. Gevist wordt er bijna nooit en dat maakt het vangen van zo’n bak extra speciaal in mijn beleving! De twee daaropvolgende vissen waren kleiner, maar ongeschonden en mooi. Misschien nooit eerder gevangen. Na deze drie vissen wilde ik alles van dit water weten. Het complete bestand moest in kaart gebracht worden.

 

Als ponden er niet toe doen 02

 

Elke dag wandelde ik langs het kanaal en elke dag voelde ik mij er meer thuis. Niet alleen zag ik waar de karpers zich vooral ophielden, maar ook zag ik hoe mooi de omliggende natuur was. Er waren vossen, hazen, buizerds, de kiekendief, reeën, onze nationale vogel de grutto en zelfs patrijzen. Geschrokken door mijn aanwezigheid doken ze, laag vliegend met korte snorrende vleugelslagen vanuit het lange gras op. Bij de plek waar de karpers zich vooral ophielden voerde ik elke dag een flinke kilo boilies. Tegenover deze plek lag een weiland met aan het einde een grote eik. In die eik hing een nestkast voor roofvogels. Daarin had familie valk zich gevestigd. Als ik ’s avonds voor mijn tentje zat was het alsof ik naar een live natuurprogramma keek. Door op één plek stil in de lucht te hangen, het zogenaamde bidden, speurden de valken telkens de grond af. Ze zochten hun favoriete prooi, de veldmuis. Had een valk er een in het vizier dan, om binnen de terminologie van het vissen te blijven, werd er middels een snoekduik aangevallen. Muisje na muisje werden het slachtoffer van deze succesvolle jagers. Ondertussen jaagde ik op een andere prooi, de karper. Een prooi die zich, anders dan in de eerste twee sessies, steeds vaker ’s nachts of in de vroege ochtenduurtjes liet vangen. Opvallend waren de grote hoeveelheid kleinere torpedo-achtige schubs die in mijn net belandden. Wel ieder met een eigen karakter. Torpedo’s in alle soorten en maten. Ze deden me denken aan de karpertjes uit de Beemster. Vissen die zich daar prima kunnen voortplanten. Het leek erop dat dit hier ook gebeurde. Tussen de torpedoschubs door ving ik regelmatig iets groters. Ik heb het dan over de in deze regio veel voorkomende brute kanaalbakken. Vissen met een uitstraling alsof ze hier al sinds mensenheugenis rondzwemmen… Oervissen. Af en toe ving ik iets anders speciaals. Een voorbeeld hiervan is een prachtige rijenkarper. Voor de pondenjagers niet erg interessant, maar ik kan je vertellen dat ik na het vangen van deze vis lange tijd heb kunnen nagenieten! Hoe mooi is het om zo’n vis in de vroege ochtend voor de lens te houden in een uitgestrekt gebied, moederziel alleen. Op zo’n moment kan ik mezelf gelukkig prijzen en weet ik maar al te goed waarom ik juist op dit soort wateren vis. Ook hier is het gras groen, knalgroen, als je er oog voor hebt!

 
Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 113 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!

Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.