Met klein aas op de grote rivier


03 juni 2017 | Luc De Baets

Bij de wat oudere lezers behoeft Luc De Baets niet eens een introductie, echter is het de hoogste tijd dat een nieuwe generatie karpervissers dit Belgische sportvisfenomeen ook wat beter leert kennen. De Baets is auteur van een flinke reeks diepgravende artikelen in diverse internationale media en schrijver van bestseller ‘De Dunne Lijn’. Iemand die elke hengelsportdiscipline op een geheel eigen wijze benadert en daar op een helderklare manier over schrijft. Luc is laatste jaren weer stevig aan het karpervissen en tot groot plezier van onze redactie gaat hij daar weer met regelmaat over schrijven. Hij trapt af met een zeer interessant stuk over riviervissen.

 

Wat ving ik bij het barbeelvissen (één van mijn vele dwalingen) op sommige stroken van de grote, 's zomers wat trage rivieren vaak toch makkelijk die karpers ertussen. Het laat zich raden dat ik op diezelfde stroken ook wel herhaalde malen gericht op karper ben gaan vissen. Zoals een beetje karpervisser dan doorgaans doet greep ik daarbij als vanzelfsprekend naar de traditionele boilieformaten (18 tot 20 mm). Dit zonder ondersteuning van klein aas, om de attenties van dan minder gegeerde andere vissoorten (in dit geval barbelen, kopvoorns, brasems) daarbij grotendeels te beperken. En dat liep dan ook uitstekend, toch wat het vermijden van die andere vissen betreft.

 

met klein aas 02

 

Wel jammer dat ik op die manier vissend ook een groot deel van de karpers bleek te vermijden! Ik ving er namelijk  beduidend minder. Vissen van onder de tien kilo al helemaal niet meer, maar gemiddeld genomen ook merkbaar minder van de wat grotere karpers. Waar dat dan aan lag had ik snel genoeg in de gaten: een combinatie van enerzijds het formaat van het aas en voer, en anderzijds de vistactiek. Ook al deed ik bij dat pure boilievissen op karper wel mijn best (vanzelfsprekend) om wat variabelen in te bouwen, toch was ik voor de karpers met die trage en passieve boilievisserij blijkbaar te herkenbaar bezig om het vlot te laten lopen. Blijft de vraag: kan je daar dan ook nog wat mee aanvangen, met die conclusie? 

 

met klein aas 03


Het feit dat een aanpak met klein voer én aas op sommige wateren dan écht zoveel verschil maakt ligt aan het simpele gegeven dat die benadering daar vrijwel nooit met overtuiging wordt gehanteerd, en dat heeft dan altijd wel zijn redenen: men heeft dan teveel last van ongewenste mee-eters en bijvangsten. Dat hoeven karpervissers doorgaans niet. En dus ligt de vraag die je jezelf als karpervisser in die omstandigheden moet stellen voor de hand: hoeveel moeite wil je je getroosten en met hoeveel ‘ellende’ van andere vissoorten kan je je verzoenen in ruil voor de kans op een paar extra karpers? Want dat er met dat kleine aas-en-voer dan dingen gaan gebeuren die jou als halsstarrig karpervisser van zuiveren bloede niet vrolijk gaan maken, dat staat wel vast. Op zo’n goed onderhouden bed van klein aas kan je zelfs met wat forsere boilies aan de hairs het rustig slapen meestal wel vergeten.

 

Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 114 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.