Een dubbeltje…


15 juli 2017 | Ewout Smeerdijk

Gepassioneerd sportvisser Ewout Smeerdijk vervolgt zijn zoektocht naar karperavontuur, verstoken van gezelschap en ver van de door andere vissers platgetreden paden. Een reeks van avonturen in dit magazine, die elk een opzichzelfstaand stuk vormen…

 

De dag na de vangst van de grijze spiegelkarper, pruttelde ik om zes uur ’s ochtends alweer over de plassen. Alleen dit keer. Je kon merken dat de lente inmiddels gewonnen had en dat koning winter verdreven werd van het continent. Het licht veranderde met de dag en werd alsmaar sterker en warmer. Na maanden van grijze tinten gaf de zon het landschap nu eindelijk haar palet aan kleuren terug. En hoe fris het ook was op de vroege ochtend, in de nevel op het water kon je de lente inmiddels ruiken. De lucht was vol met de geluiden en geuren van het voorjaar en steeds meer vogels waren op en aan het water aan het baltsen.

 

een dubbeltje 02


Zo zwommen de futen uitdagend en met gestrekte halzen plat op het water naar elkaar toe, om daarna met opgeheven borst en een opgezet verenkleed op hun kop, sierlijk tegen elkaar aan te strijken. Na dit statige ritueel zouden ze het speelnest verruilen voor een stevig nest, waarin de eieren echt uitgebroed zouden worden. Vier weken later zouden de kuikens met hun kenmerkende zwartwit gestreepte lijfjes comfortabel vervoerd worden op de rug van hun ouders, ook al konden ze eigenlijk vrijwel direct uit het ei al prima zwemmen. Hoewel mijn gedachten een sprong vooruit maakten naar die prachtige periode waarin alles groeit en bloeit, was het nog niet zover. In de tussentijd kon er nog van alles gebeuren, zo zou wel blijken in de weken die volgden. De lente was er, maar het weer bleef nog steeds grillig en onvoorspelbaar.

 

een dubbeltje 03


Na het vangen van de grijze spiegel was ik uiterst nieuwsgierig geworden of het een toevalstreffer betrof, of dat er wellicht meer vissen bij dat harde stuk voor de oude schoeiing lagen. Ik stelde mij zo voor dat het de ideale plek was voor karper. De zon verwarmde het ondiepe gedeelte voor de palen en vanuit de diepte er pal naast konden ze zich eenvoudig in de verschillende waterlagen ophouden. Naar gelang de voorkeur konden ze azen op verschillende dieptes. Terwijl ik de steekstokken in het veen prikte, merkte ik dat de wind veel minder hard waaide dan de dag er voor. Voor het eerst in weken of wellicht zelfs in maanden. Dat was nogal opvallend. Er stond eigenlijk niet veel meer wind dan een licht briesje. En hoewel de rimpels voor het overgrote deel nog altijd vanuit noordelijke richting naar dezelfde hoek toe waaiden, was naast het weer dus ook de wind duidelijk aan het veranderen. Eindelijk.

 
Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 114 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!

Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.