Karpervissen in Frankrijk: a new dawn (2)


29 oktober 2017 | Daniel Takken

Vorige week las je op deze site deel ‘A new dawn: ontsluiering van een nieuw karperavontuur’ door Daniel Takken. Nu het vervolg: ‘a new dawn: Murphy in het kwadraat’…

 

Bart en ik zijn inmiddels aanbeland op onze nieuwe stek in Frankrijk. We hebben er al enkel dagen opzitten en zoals we inmiddels gewend zijn met deze kanaalvisserij, zetten we de ontvangers aan en gaan we ergens in het midden tussen de twee plu’s zitten voor een biertje. Ik zit links, met m’n uiterste hengel een meter of tachtig voorbij de plu in een clip. Een scherpe rig ligt nog geen meter uit de kant op een schoon strookje hard grind. 

 

Karpervissen in Frankrijk: a new dawn (2) 02

 

In het holst van de nacht krijg ik op de linker hengel een vernietigend harde run. De achtersteun blijft schuin in het grind steken als ik de hengel eruit gegrist heb. Ik moet onmiddellijk gas bij geven – hetgeen aan het staal hangt een stuk verderop is niet tot stoppen te brengen. Op een flinke draf ga ik achter de vis aan, die ondanks mijn verhoogde tempo nog steeds lijn neemt. Pas na een meter of honderd kan ik lijn winnen, en uiteindelijk sta ik ruim tweehonderdvijftig meter van de plek waar ik de vis haakte in een patstelling. De boel zit muur- en muurvast ergens in het midden. Hoe ik de hoek ook verander, volop druk geef of de lijn helemaal slap gooi, er gebeurt nu helemaal niets meer. Na tien minuten proberen leg ik de hengel neer met de slip open en zet een sprint in richting Bart. Ik rol ‘m van zijn stretcher en samen pakken we de rubberboot die naast de auto ligt en rennen we de driehonderd meter terug naar de hengel. Vanuit de boot probeer ik van alles, maar ik voel ondertussen niets meer en vrees het ergste. Nog geen drie meter onder me zit de boel vast maar ik kan werkelijk niets doen. Ik voel het lood op en neer bonken als ik de lijn strek en weer slap laat vallen en diep vanbinnen weet ik dat het over is. Even later kom ik zwijgend weer aan wal met een lijn die slap door de ogen hangt. Bart zegt maar even niets en in stilte sjouwen we de boot terug. Hij laat me maar even, en dat is maar goed ook…

 

 


 

Sterke koffie verzacht de pijn, ietsjes…

 


 

 

Die nacht gebeurt er verder niets meer, wat het gevoel dat ik zojuist een solo zwemmende megabeer heb verspeeld alleen maar versterkt. Sterke koffie verzacht de pijn, ietsjes. De derde nacht valt er op een klein schubje voor Bart na weinig noemenswaardigs te noemen. We pakken die ochtend daarom vroeg in om overdag met z’n tweeën in een mogelijke holding area te gaan vissen.

 

Breed lachend gaat Bart op de foto met zijn nummer zes.

 

Samen varen we snel vier hengels uit en dat ons vermoeden juist bleek bewijst een kale, lederachtige spiegel al snel. Breed lachend gaat Bart op de foto met zijn nummer zes, voor hem een ‘100% score’ nog steeds. Korte tijd later trekt de top van dezelfde hengel wederom krom en mag ik de boot in. Waar de spiegel van Bart keurig afzwaaide naar open water zoekt mijn opponent uiteraard weer problemen. Hij koerst af op een rij boompjes onder water en ondanks een snelle manoeuvre met de boot weet ‘ie nog net de laatste uit de rij mee te pakken. Binnen no time is het over en is m’n leadcore dwars door. Dit was een grote, dat was deze keer in ieder geval duidelijk te zien. Het is tevens de vijfde die ik verspeel en dat op vijf verschillende manieren. Volkomen machteloos en gefrustreerd roei ik woest terug. Ik loop een eind het pad af om af te koelen terwijl Bart, efficiënt als altijd, een klaarliggende leader aanknoopt en snel de hengel weer terugvaart. Als ik weer wat gekalmeerd ben ramt ie me op m’n schouder en zegt: “De volgende ga je pakken Daan, kom op, jouw beloning komt nog…” 


Alsof het hier een simpele peppenput is loopt dezelfde hengel binnen een uur weer af. Dit keer springen we samen in de boot om hopelijk meer controle te kunnen houden en zo de vis veilig tussen de vele obstakels te kunnen drillen. Uitgerekend nu blijk ik weer een woesteling gehaakt te hebben die totaal oncontroleerbaar koers zet richting een paar serieuze onderwaterobstakels. Bart doet verwoede pogingen om de boot in de juiste koers te houden maar het kwaad lijkt al geschied. Eenmaal bij het obstakel aangekomen zie ik de gevlochten lijn onder een paar dikke takken door lopen en vloek ik zachtjes binnensmonds. Met een verbeten gezicht duw ik de hengel bij Bart in z’n handen en spring ik overboord. 


Ik houd balans op het oude, verrotte hout en probeer de lijn te volgen. Steeds kom ik iets verder echter zak ik nu ook steeds dieper weg terwijl ik met m’n voeten over de dode stam schuifel. Ik kan de lijn nu niet meer zien maar pik met m’n voet de voorslag op die nu onder drie dikke takken door loopt.  Door de hengel in het water te laten vallen, onder een tak door te trekken en aan de andere kant op te pikken kan ik er twee overwinnen maar de derde tak ligt te diep om hetzelfde trucje weer uit te halen. Het is de hengel van Bart en met zijn handen in zijn met de jaren steeds verder slinkende haardos ziet hij met lede ogen aan hoe zijn kwetsbare Daiwa Tournament geruïneerd wordt. 

 

Met de schub die rustig naast de boot drijft kan de rest me op dit moment allemaal niet zo veel meer schelen.

 

Plots hoor ik een onheilspellend gebrom in de verte en zie ik Bart in paniek naar de kant kijken. Op nog geen honderd meter van een hengel die ik aan de overkant van het kanaal heb liggen komt een afgeladen vrachtschip aan getuft. Bart begint als een bezetene te roeien maar hij haalt het niet. Even later zie ik hem paniekerig langs de oever rennen en met een hengel achter de boot aan smijten. Het zal toch niet… Als hij een twintig minuten later weer met de boot bij me is wil hij niets kwijt over de situatie op de kant.

 

Ik ben ondertussen geen moer opgeschoten en probeer nog steeds lijn te winnen. Met m’n tenen kruip ik langzaam over de voorslag tot ik plotseling de knoop van de leadcore voel. Een koude rilling loopt langs m’n ruggengraat via mijn stuitje naar mijn benen als ik plotseling een rukje aan het eind voel. Ik sta al ruim een half uur te kloten en had alle hoop al opgegeven. Zo kalm als ik kan roep ik Bart en vraag om het net. Met de leadcore tussen mijn tenen trek ik heel langzaam met m’n voet de boel onder de tak vandaan en alsof het vandaag kerstmis is verschijnt er op nog geen halve meter van m’n gezicht een bak van een schub aan de oppervlakte. De boilie met een halve pop-up duidelijk zichtbaar hangend uit de mondhoek. Snel schuifel ik het net eronder en stel ik de buit veilig. Beiden beginnen we ongecontroleerd en hysterisch te schreeuwen en Bart springt gierend op en neer in zijn drijvende badkuip. Deze pakken ze ons in ieder geval niet meer af! Onderweg naar de kant vraag ik wat er nu loos is. Bart meldt me met een zenuwachtige onderklank in zijn stem dat m’n hengel weg is. “Hoe bedoel je, weg?”, vraag ik. “Nou, weg. Pleite. Nergens meer te vinden.. Die boot moet hem gepakt hebben...” Even ben ik van m’n stuk gebracht, dan begin ik keihard te lachen. Dat kan er ook nog wel bij. Met de schub die rustig naast de boot drijft kan de rest me op dit moment allemaal niet zo veel meer schelen.

 


Sfeerbeelden van het vissen aan vergeten Franse kanalen.

 

Nadat we de grote schub bewonderd, gewogen en gefotografeerd hebben zet ik haar voorzichtig terug. Kalm zwemt ze weg, alsof er zojuist niets gebeurd is. Als ik de mat tegen een boom zet om te laten uitdruipen, zie ik ineens mijn hengel staan. Dan pas begint me te dagen dat ik, net voor deze totale paniek uitbrak, de hengel aan de overkant had binnen gedraaid. Door de hectiek van het afgelopen halfuur was ik dat compleet vergeten en waren we beiden overtuigd van het feit dat die hengel uit de steun was gevaren. Eind goed, al goed dus!

 

Last gasp whacker

Een stille nacht volgde op deze enerverende middag, en zo brak al snel de laatste dag en nacht die we nog samen zouden vissen aan. Het was nu al twee dagen warm en zonnig weer en we zagen in het wier steeds meer vissen, voornamelijk kleinere schubs, in groepen achter elkaar aan zwemmen. Het leek er sterk op dat de vissen zich aan het opmaken waren voor een tweede paaironde. Om de laatste nacht maximaal effectief te vissen besloten we om volgens dezelfde verdeling als de eerste nacht te gaan vissen. Ik zat weer in de obstakelrijke hoek en besloot om nu echt goed de tijd te nemen om de hele hoek nauwkeurig uit te kammen. Ik wilde voorkomen dat ik door stommiteiten nog meer vissen zou verspelen en wilde precies weten wat er zich aan obstakels en wier bevond.

 

 


 

Het lijkt wel een hutkoffer, verschrikkelijk breed en angstaanjagend lang 

 


 

 

Langzaam drijf ik met een polaroidbril op m’n neus over de wiervelden in de laagstaande avondzon. Ik heb alvast een hengel bij me om deze op een schone plek te kunnen droppen.  Halverwege een ondiepe uitloper zie ik ineens een schub wegdraaien voor de boot. Mijn adem stokt want dit is groot, heel groot. Verderop zie ik een groep kleinere vissen, maar nog voor ik daar in de buurt kom zwemt op een meter of drie van de boot ineens een spiegel langs. Het lijkt wel een hutkoffer, verschrikkelijk breed en angstaanjagend lang. Ongetwijfeld de grootste vis die ik ooit van zo dichtbij gezien heb. Trillend van opwinding en pure, zuivere angst drop ik de hengel een meter of vijf terug, precies tussen de plek waar ik die schub en de spiegel zag.

 

Al zie ik ook enkele grove exemplaren zwemmen…

 

Terwijl de avond valt springt er op de hoek van het kanaal tot twee keer toe een hele zware vis. Het is bijna windstil en in mijn lijf wedijveren een heerlijke spanning en de angst die ik eerder al voelde om de boventoon. “Wat gaat mij in vredesnaam overkomen als ik een van die onderzeeërs haak?”, vraag ik me hardop af…
Ik kan de slaap niet vatten en blijf de halve nacht wakker, de hengel waar ik het meeste vertrouwen in heb voor het grijpen in de opening van de plu. Als het toonloze grijze decor van de nacht weer langzaam ingekleurd wordt en de eerste zonnestralen over de bomen kruipen, besef ik dat mijn kans verkeken is. In de kom ontploft het water nu regelmatig en het geluid van roffelende staarten en opspattend water vormt samen met rondvliegend wier een duidelijk teken dat de tweede ronde van de paai is aangevangen. Ik draai m’n hengels binnen en laat me met de boot tussen het paaigeweld doordrijven. Het zijn voornamelijk de kleinere schubs die mee doen, al zie ik ook enkele grove exemplaren zwemmen. Deze lijken zich tegoed te doen aan het kuit dat nu in ruime mate in het wier aanwezig is. De twee van gisteravond zie ik echter niet terug. 

 

Later die ochtend sluit ik aan bij Bart, drinken we nog een kop koffie en bekijk ik de nachtelijke zelfontspannerfoto’s die hij afgelopen nacht maakte. Hij kreeg slechts een keer beet en behield zijn 100% score. Murphy had een duidelijke favoriet deze week. De laatste voor Bart was meteen de grootste en ook nog een van de mooiste. Het grind op het pad knarst nog een laatste keer als de achterbanden van de leasebak van Bart het onverharde pad verlaten en even later verdwijnen zijn achterlichten om de bocht. Ik ga nog door voor een tweetal nachten op solo tour, op ontdekkingstocht naar nieuwe avonturen en hopelijke mooie verhalen.

 


Een fraaie nachtopname…

 

Le voiture

Ik zit bovenop een oude dam met m’n benen bungelend boven een prachtig blauw reservoir. De junizon brandt heerlijk op m’n gezicht en ik voel me een stuk beter dan 24 uur daarvoor…, een korte terugblik:

 

Geteisterd door slaapgebrek na vijf nachten hard vissen, was ik na het vertrek van Bart in een ruk doorgereden naar de regio die ik wilde verkennen. Het plan was om twee nachten te vissen op twee nieuwe kanaalstukken en overdag enkele andere wateren in de regio te bekijken. Ik arriveerde die middag rond een uur of vier bij het kanaal. De eerste nacht zou ik instant vissen, maar voor de tweede wilde ik alvast wat voeren. Na wat zoekwerk en drie keer verkeerd gereden te zijn had ik eindelijk het juiste weggetje te pakken. Om bij de brug te komen waar ik wilde voeren, moest ik een klein stukje achteruit steken om vervolgens de bocht te kunnen maken. 


Een ongeluk zit in een klein hoekje en dat blijkt ook deze keer weer, want zodra ik de bocht naar achteren inzet weet ik meteen dat het fout zit. Ik voel de auto ineens naar achteren wegzakken en trek in blinde paniek de handrem aan. Als ik uitstap hoor ik de vering van de auto vervaarlijk kraken en zie ik dat m’n linker voorband al boven het stoffige jaagpad zweeft. Ik hang met m’n twee achterwielen over het kanttalud met daaronder een verval van een meter of vier, eindigend in het weiland van een Franse boer. Ik ren naar de dichtstbijzijnde sluis en zoek de sluiswachter. Deze maak ik duidelijk dat er iets ernstig mis is en ik vraag hem om mij te volgen met z’n auto. Ik hoop op een grote 4 x 4, maar krijg een Fiat Panda, vaalrood van kleur en met bandjes die in Nederland de APK-keuring allang niet meer zouden doorstaan.

 

Enfin, deze vrolijke Franse vriend knoopt een stuk touw aan z’n trekhaak, haalt hem door het sleepoog aan de voorkant van mijn auto en sommeert me achter het stuur plaats te nemen. Hij geeft gas en ik haal de handrem eraf. Vrijwel onmiddellijk breekt het touw en zakt mijn wagen nog iets verder weg. Ik trek de handrem bijna door het dak en stamp met m’n voet het rempedaal door de vloer, de vering kraakt nu nog steeds en ik voel dat ik langzaam de macht over de auto aan het verliezen ben. Het zweet breekt me nu echt aan alle kanten uit en in blinde paniek schreeuw ik naar de maat van ‘François Panda’,, die ondertussen ook aan is komen lopen, dat hij de spullen achter uit de auto moet gooien. Hij kijkt me wat vertwijfeld aan maar begint dan toch alle spullen achter uit de bak te halen en in de berm te smijten.

 

Ondertussen heeft François het toch voor elkaar om een echte sleepkabel te bevestigen en wil hij het nogmaals proberen. Ik weet dat als ‘ie nu nog vijf centimeter krijgt mijn Berlingo achterover het talud af zal rollen en als een vermorzeld colablikje onderaan in het weiland zal eindigen. Ik hoor een hoop geronk en terwijl ik verblind wordt door de rookwolk die het rode koekblik voor mij uitstoot voel ik dat de kabel strak loopt. Met m’n ogen dicht laat ik langzaam de handrem eraf en haal ik m’n voet van de rem, en als in slow motion voel ik dat de auto naar voren wordt getrokken. Zodra ik weer met vier banden op het pad sta spring ik trillend achter het stuur vandaan en omhels ik mijn nieuwe, ietwat beduusde, Franse vrienden. Ik ben zo ontzettend blijf en opgelucht dat ik de hele voorraad bier, wijn en kaas die ik achterin heb liggen bij de mannen in de handen druk. Ze kijken me lachend aan, geven me een hand en wensen me succes. “Oui, oui, merci beaucoup!”

 

Memories: Make memories, not war…

 

Ik heb afgelopen nacht nog wel de hengels ingegooid, al zij het meer voor de vorm. Ik was kapot en na het voorval van die middag was ik eigenlijk wel toe aan een rustige nacht. ’s Ochtends vroeg wist ik toch nog twee kleinere vissen te vangen hetgeen me erg gelukkig stemde. Uitgeslapen en met frisse moed trok ik weer verder de Franse landerijen in. En zo bevind ik me dus hier in een schitterend landschap met een prachtig meer in haar fraaie late lentekleed. De waterplanten priemen al parmantig door het oppervlak in de oevers en al met al ziet het water er prachtig uit. Ik bezoek die dag een viertal wateren en geef mijn ogen goed de kost. Enkele interessante details, zoals de bereikbaarheid van bepaalde stekken, zichtbare ondieptes en overige informatie die ik van borden aan het water haal noteer ik in mijn logboekje.

 

Eind goed, al goed.

 

De laatste nacht vis ik op een geruchtenstuk. Ik heb er slechts één keer kunnen voeren, maar het sluisstuk is kort en ik zit bij een kleine haven dus heb goede hoop dat er zich hier enkele vissen ophouden. Al vroeg in de avond mag ik in actie komen om even later een afgepaaide, woeste hommer te kunnen scheppen. Een fraai begin en hopelijk ook het begin van meer moois. In totaal weet ik die nacht vier vissen te vangen waaronder een echte oude krijger, die in hoogtijdagen waarschijnlijk een pak meer heeft gewogen. Het kan me weinig deren en als ik in de stromende regen een serie foto’s schiet met de zelfontspanner vind ik het eigenlijk ook wel mooi geweest. Ik stamp de drijfnatte onthaakmat en weighsling bovenop de andere verzopen spullen achterin de auto en trek nog snel een droge broek aan. 

 

Ik kom eraan schat…

 

Naar huis

In een fraai dorpje even verderop haal ik een paar croissants en een verse baguette bij de bakker, loop een café in en bestel een cappuccino. Ik ontbijt tussen de dorpelingen en denk terug aan de bizarre week die weer achter me ligt. In een cadeauwinkeltje vind ik nog een fraai, rood weegschaaltje. Deze past perfect in onze keuken en ik laat het doosje mooi inpakken. Tevreden zet ik even later koers richting huis, beladen met een berg stinkende spullen, het zojuist gekochte presentje en meer dan voldoende onuitwisbare herinneringen voor de komende tijd.

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in ons magazine Dé Karperwereld, wil je voortaan als eerste de spannendste avonturen lezen. Neem dan nú een voordelig abonnement (30 procent korting!): klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.