Dressuurdoorbrekend karpervissen: Smoke on the water…


03 december 2017 | Rini Groothuis

Weinig karpervissers die zo fraai schrijven over hun passie als Rini Groothuis. Deze oude rot in het vak schrijft geregeld voor ons magazine. Maar dit keer zetten we eens een gaaf artikel van hem online, lees snel verder…

Patrick met een van de meterlange koninginnen van het meer. Het machtige lichaam wentelt zich uit de sling.


Een strak gespannen meer in een heuvelachtig landschap. Rond vijf uur in de morgen. Het voorjaar is nog vroeg. De glooiende akkers liggen gehuld onder een deken van duisternis. In het oosten licht het op, aarzelend en schuchter. Met moeite ontwaakt de zon. Een nieuwe dag richt zich op. 

Prikkelende koelte vult de van vocht doordrenkte ochtend. Het land is gezegend, overal zijn er dauwdruppels. Het water rookt. Slierten nevels kruipen als slangen over het oppervlak. Een gloeiend lichtpuntje en wat omhoog kringelende rookslierten verraden een ogenschijnlijk eenzame man in dit majestueuze maar verlaten decor. Een krampachtig standbeeld in the middle of nowhere. 

 

Dressuurdoorbrekend karpervisser 02
Het water rookt in de morgenstond.

 

Sixth Sense

Ik voel me onrustig. Ben voor dag en dauw uit mijn slaapzak gekropen, heb koffie gezet en me voor mijn tent geplant.  Voor me ligt de morgenstond en het is met gulzigheid dat ik de vage silhouetten uit de coulissen van het landschap inhaleer. Er heerst een oorverdovende stilte, slechts even onderbroken door de snerpende schreeuw van een vogel. Een scherp accent van de surrealistisch aandoende atmosfeer in dit brok natuur. In mijn lichaam is de spanningsboog toegenomen. Het sprankje hoop dat de waker van de hengel voor me in beweging zal komen, groeit gestaag. Wat heet, ik reken er vast op dat er iets staat te gebeuren. Soms weet je dat, voel je dat. Een soort van sixth sense, geboren uit jarenlange ervaring. Bovendien, van karper mag je verwachten dat hij vooral in de vroege ochtend, op de scheiding van licht en duisternis, zijn illustere vinnen in beweging brengt en op zoek gaat naar zijn petit déjeuner. En ik lig goed. Ik weet dat ik goed lig. De keuze van de stek is weloverwogen en er zit een vleug van perfectie in de aaspresentatie, zegt de rasoptimist in me. Al biedt dat geen garantie, repliceert de pessimist prompt. Maar beter kan ik niet vissen, vind ik.

 

Dressuurdoorbrekend karpervisser 03

Onder de indruk van de scharen.

 

Procambarus clarkii

Ik heb lang nagedacht hoe ik dit water zou gaan bevissen. Bij de meeste wateren heb ik vooraf wel een redelijk idee omtrent de aanpak en de keuze van het aas en het grondvoer. Maar dit meer kent zo vele variabelen die van een complex web van factoren afhangen, op de meeste waarvan je geen invloed hebt. Dit is het meer van de kreeft, van de Procambarus clarkii, de Amerikaanse rivierkreeft, een van de meest opportunistische schaaldieren die er bestaan. Een omnivoor in optima forma, vreet werkelijk alles – gekruid, zoet, zout en bitter - en levert jaarlijks twee nieuwe generaties tot in 600-voud af. Maak hiervan maar eens een rekensommetje. Macabere sessies vullen mijn herinnering. De uren die  ik voor Jan met de korte achternaam aan de waterkant doorbracht. Tijgernoten compleet weggevreten. Met plastic folie beschermde boilies uitgehold. Leaders finaal, als met een scherpe schaar, doorgeknipt. 

 

 


 

Het begrip ‘in arren moede’ wordt op je voorhoofd getatoeëerd

 


 

 

Gevlochten onderlijnen dwars doormidden. Hairs verdwenen of hopeloos in de frot. Drie slow sinking plastic maiskorrels op de hair, ’s avonds netjes gedeponeerd op de voerplek en ’s morgens bij het inhalen – na weer een vruchteloze nacht – gedecimeerd tot één miserabel splintertje. Het is een veldslag, een lobster battlefield, die amper te winnen is. Frustraties vieren hoogtij. Het begrip ‘in arren moede’ wordt op je voorhoofd getatoeëerd. 

 

dressuurdoorbrekend karpervisser 04
Links een drietal kunstmaisjes zoals ze in de vooravond werden uitgeworpen én rechts het restant bij het binnen draaien de volgende morgen.

 

Schrale troost dat de residente karpers verzot zijn op dat eiwitrijke, kruipende buffet. De karpers gedijen op de jonkies,  groeien intussen uit tot kingsize proporties, al lijkt het me twijfelachtig dat ze de volwassen exemplaren van dik 1,5 decimeter kunnen overmeesteren…

Dressuurdoorbrekend karpervissen 05

dressuurdoorbrekend karpervissen 06

Van bovenaf gezien is de bodem een labyrint van gele gravel en groene snotalgen; dan is een goede voorbereiding welhaast een noodzaak.

 

Plaggen

Het meer is ondiep, gemiddeld dik anderhalve meter. In het voorjaar boordevol afvalstoffen die de bacteriën in het koude water van de winter niet af hebben kunnen breken. De algen tieren er welig op. Het meer is een voetbalveld met gras dat maanden niet is gemaaid. Er is nu wel een tweestrijd gaande. Enerzijds woekeren de snotalgen dankzij de energie van de zon tot wel zo’n drie á vier decimeter hoog; anderzijds zijn ook de verrottingsprocessen op gang gekomen en drijven er grote geelbruine plaggen op het wateroppervlak.  Wie zich niet vergewist van de schaarse, kale plekken, die er wel degelijk zijn - die ook door de karper worden gecreëerd -, de bodem niet nauwgezet scant, kan beter thuis een dvd over karpervissen opzetten, wil ie ten minste nog een karper zien.  Soms, bij felle zonneschijn, lichten die plekken op en blijkt de bodem een labyrint van gravel en groen. ‘Spot on’ lijkt een illusie, maar is alleszins te realiseren met een voerboot. Aan de overkant, onder chaotisch woekerende takkenbossen, ligt zo’n kale strook  bodem. Schone gravel, waarvan de modder is weggevaagd door immense wapperende karperstaarten en waar de schaduw de algen verhindert zich te vermenigvuldigen. Het is hier dat de karper graag komt en het is hier dat ik mijn val plaats. Gisterenavond heb ik er een schim, van niet onaanzienlijke afmetingen, voorbij zien glijden…

 

Dressuurdoorbrekend karpervissen 07
Groenbruine plaggen markeren een aantrekkelijke uitdaging.

 

Bodybuilding

De karpers in dit meer zijn van een fabuleuze, indrukwekkende schoonheid. Het schubbenkleed varieert van tinten grijs en  zwart tot brons en goudgeel, ingewreven met wax en opgepoetst tot een glans die zeer doet aan je ogen. 

 

 


 

Het is een beauty-contest, een lange parade van ultieme godinnen

 


 

De staart van sommige koninginnen zijn enorm en bezitten de illusie de omvang van de propellers van de Karel Doorman te kopiëren. Het is een beauty contest, een lange parade van ultieme godinnen. Het formaat van de populatie loopt uiteen, maar reikt bij een aantal exemplaren tot likkebaardende, bodybuildingachtige proporties. De ruggen dik als de nek van een rodeostier. Het zijn als het ware reuzinnen met lengtes tot dik over de meter en gewichten die ik amper meer kan torsen.  Intense observaties hebben me een trekroute en een paar ‘hot spots’ opgeleverd. De vissen zwemmen hier solitair of in kleine groepen van drie of vier stuks. Ze blijven zelden lang op een plek hangen. Het zijn reislustige trekkers, hikers, om niet te zeggen nomaden. Ze glijden over de voerplek, pakken in glijvlucht een mondvol en verdwijnen. Soms keren ze terug, soms ook niet. Het zijn uitermate schuwe dieren en misschien verklaart deze psychose hun opvallende gedrag.  Strakke lijnen zijn dan ook uit den boze. Geen karper hier die door de strakgespannen snaren van een harp gaat walsen. Als vanouds vis ik met een flauw gestrekte, voor een groot deel tot op de bodem afgezonken lijn, een lichte waker en een vrij glijdend inline-lood in het fluorocarbon. Een kreeft die zijn scharen zet in mijn aas, verraadt zich, niet gedempt door het gewicht van een vast lood, onmiddellijk.

 

dressuurdoorbrekend karpervissen 08
Ingewreven met wax en opgepoetst.

 

Tarwe

Een gedegen voorbereiding is de helft van het succes. Ik heb lang na zitten denken over het aas en het grondvoer dat ik het beste in zou kunnen zetten. De karper hier behandelt zijn diner met de nodige zelfreflectie. ‘Verdacht’ is een sleutelwoord. Bovendien, het is voorjaar, het water is nog koud en zijn metabolisme werkt bijgevolg in een traag tempo. De enzymen in zijn darmen die de afbraak van voedseldeeltjes regelen, werken nog maar in slow-motion. Grof aas is derhalve geen optie. In deze periode eet de karper zuinig. Met mondjesmaat. Om niet te zeggen kieskeurig. Daarenboven wordt het meer regelmatig bevist door enkele doorgewinterde en verknochte karpervissers, niet de eersten de besten, die zo ongeveer het hele scala aan aas- en voerbestanddelen in hun gamma hebben opgenomen. In gedachten duik ik in mijn ‘Oude Doos’ van ongeveer een halve eeuw geleden. Mijn partikelperiode. Kikkererwten, zwarte-oogbonen, maples, maïs, hennep en diverse granen. Al of niet geweekt c.q. gekookt in aroma’s, tomatenpuree of stroop, dan wel gecombineerd in elkaars nat. ‘Oldies but goodies.’ Wat toen ving, vangt ook nu, daarover geen twijfel. En misschien wel beter. Mijn keuze valt heel bewust op tarwe. Voor zover ik weet wordt er hier niet mee gevist en zou het best wel eens de dressuurbarriére kunnen doorbreken. Bovendien, het is klein en fijn en past goed in de huidige situatie waar de karper weinig eetlust ten toon spreidt. En ‘last but not least’: het is vegetarisch materiaal en er gaat geen specifieke aantrekkingskracht voor de kreeften van uit. Drie vliegen in één klap. Tarwe trekt veel kleine vis aan, dat is een nadeel, maar er is hier geen brasem en met die enkele zeelt en graskarper kom ik wel klaar. Ik week de tarwe dus puur, zonder aroma of kleurstof, hoewel dat in andere situaties best wel voordelen kan bieden. Tarwe samen met hennep is bijvoorbeeld een bewezen killer. Het weekproces duurt ongeveer een etmaal.  De tarwe is dan klaar voor gebruik. Koken kan, maar is niet strikt noodzakelijk. Wanneer de karper in grote scholen rondzwemt, is het mogelijk om te opteren voor omvangrijke stroken tarwe. Maar het risico bestaat dat het aas wordt gedegradeerd tot  de onvermijdelijke speld in een hooiberg. Ik opteer voor compacte voerplekjes, ook gezien de manier waarop de karpers hier azen. Een voerboot is het perfecte hulpmiddel hiervoor.

 

dressuurdoorbrekend karpervissen 09

Patrick met een van de meterlange koninginnen van het meer.

 

De voerbak vol en op de plek dumpen. De tarwe verspreidt zich in een mooie wolk naar de bodem, met daar tegen aan mijn aas. Een Poseidon 12 mm Tuna-boilie moet als snack de karper in de goede richting dirigeren. Of hij nu stofzuigend neerstrijkt of in glijvlucht een mondvol neemt, de kans is groot dat die boilie als amuse in zijn bek terechtkomt. Ik neem het risico van een kreeftenaanval op de boilie voor lief. De val is gezet. Nu maar hopen dat de karper mijn redenering kan volgen…


Het is bij zessen. De damp trekt op. De laatste ratten trekken zich terug. Het landschap koestert zich in een groeiende zee van licht.  Het mysterieuze gewaad waarin het meer zich eerder had gehuld, valt weg. Overal zijn er kringen. Verderop een deining. De golven smoren naarmate ze langer worden. Een karper? Tal van vogels geven een uitbundig concert in D Grote terts. Een nieuwe dag is aanstaande. De eenzame man aan de grenzen van het verlaten meer zit als een wassen beeld voor zijn tent. De koffie dampt en een sigaret gloeit op. Hij is er zich niet van bewust dat de dag dramatische zaken voor hem in petto heeft. 

 

‘Ping’

Dromen blijken niet altijd luchtkastelen. Ik voel dat mijn kansen toenemen. Er hangt elektriciteit in de lucht. Tegen half zeven is er een piep. Een roze lichtje flikkert op. Die ene piep transformeert zich in een zich versnellende serie van piepjes en lichtjes totdat ze is uitgegroeid tot een staccato van geluid en een aansluitende parade van discoflikkeringen. Gefascineerd door deze aanblik vergeet ik bijna de hengel te grijpen. Maar de transformatie van een star standbeeld in een Olympische tienkamper is ingebed in elke karpervisser. In een oogwenk heb ik een zich zeer krommende hengel in handen. Een onderwaterexplosie volgt. Een bult op het ondiepe water laat het oppervlak deinen. De vis raakt op stoom. Eerst versnellend, dan vertragend en tenslotte langzaam en loom. Breed cirkelend en dan af en toe een uithaal. De slip versnelt, vertraagt en valt soms stil. Ik win wat lijn, dan weer een beuk, een dwingende zwiep op de hengel en ik verlies weer lijn. Het spel van geven en nemen veroorzaakt onder de toenemende druk ferme pijnscheuten vanuit mijn ellenboog naar mijn oksel en schouder. Mijn nek verkrampt. Vervolgens opnieuw die vertraging. Het fluorocarbon snijdt centimeter voor centimeter door het water, een smal V-spoor achterlatend. Het gaat nu loom en log. Het tegenwicht is verbluffend. De minuten tikken verder. Momenten gaan voorbij. Hoe lang nu al? Het is een complete uitputtingsslag. Er volgen nog enkele abrupte toegiften, maar langzamerhand, tegen wil en dank, komt ze toch dichterbij. Er verschijnen diepe wellingen aan het oppervlak. De vis draait rondjes onder de diep doorbuigende hengel. Nog maar af en toe tikt de slip. Pelotons belletjes verschijnen op het wateroppervlak. De vis komt hoger en hoger. Er duikt een massieve rug op. Een imposante staart slaat het water als een blender tot schuim. Het is een fragiel moment waarbij alles in je tolt. Krampachtig zend ik een schietgebedje naar boven. Mijn adem stokt, mijn slapen bonzen en mijn hart kopieert een samba-band. Nu niet lossen, a.u.b.! Maar onheil laat zich niet afwenden. Het slaat altijd onverbiddelijk toe. Het script is immers geschreven als doemscenario. De vis heeft haar bravoure verloren en is gekanteld. Mijn blikken vangen haar machtig brede lichaam. Omzichtig dirigeer ik haar naar het begerig uitgestoken net. Rustig nu. Nog twee meter. Nog anderhalf. Nog een paar decimeter. Ja, ja, daar komt ze. Ik voel haar al op mijn schoot. Ik hoor de camera reeds klikken, trotse blikken werpend richting objectief. Een ‘ping’ illustreert het fatale moment. Er is een hengel die terug schokt. Een lood dat als na een geweerschot langs mijn oor suist. Het zal toch niet waar zijn? Vol ongeloof gluren mijn ogen naar de karper die langzaam voor mijn neus, als een zinkend schip in het water weg zakt. Zo dichtbij maar zo ver weg. Een spontane opwelling tot braken laat zich nauwelijks onderdrukken. Ik ben kapot. Zit helemaal stuk. Ben uitgeblust. Meewarig bekijk ik de haak – niets aan te zien – en smijt de hengel boordevol frustratie in het riet. In het leven van deze koningin is kennelijk geen plaats voor mijn net.

 

dressuurdoorbrekend karpervissen 10

Eerder ging het wel goed…

 

Het avondrood tekent zich aan de horizon af. Oranje, rood en paars vormen het uitbundige kleurenpalet. Een sluier van schemerdonker vlijt zich over het land. Bomen en struiken vervagen tot silhouetten. Vogels staken hun concert. De stilte is beklemmend. Een op het eerste oog eenzame man zit als een etalagepop voor zijn tent. En tuurt met branderige ogen over een glad gestreken, verlaten meer, hevig biddend voor een herkansing…  

 

Wil je voortaan dit soort fraaie artikelen als eerste lezen en dan nog wel in een fraai fullcolour magazine? Neem dan nú een voordelig abonnement op Dé Karperwereld: klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.