Karpers met obesitas…: Spekruggen!


17 december 2017 | Rini Groothuis

Een artikel van Rini Groothuis, speciaal voor de lezers en bezoekers van Dé Karperwereld… Over alsmaar vetter wordende karpers. Is gewicht belangrijker dan schoonheid? Stay tuned deze winter voor meer van ’s lands bekendste karpervisser!

Geen boilies die gezorgd hebben voor de vleesmassa. De vis is namelijk hoogzwanger. Neefje Brian met een onberispelijke schub van likkebaardende proporties uit het open water.

 

Er worden tegenwoordig steeds meer uitzettingen gedaan van hard groeiende, hoogruggige spiegelkarpers. Uitzettingen van vaak schaars beschubde, geïmporteerde biggen en biggetjes. De belangstelling voor deze snelgroeiers is groot. Zowel onder de eigenaren van karperwateren als onder het visserskorps zelf. 

Wat er in Frankrijk aan zwaargewichten rondzwemt, dat willen we ook wel in het Nederlandse water. Nog even en iedereen kan een machtige karper van twintig kilo plus in zijn net loodsen, want die beesten groeien met een nog nooit vertoonde kracht. Dat is een opvallende ontwikkeling, zeker gelet op het gegeven dat er nog nooit zoveel grote karpers in het Nederlandse water hebben gezwommen als nu. Critici zullen opperen dat de mystiek van het karpervissen nu wel helemaal wordt afgebroken. En dat niet het eindresultaat in ponden en kilo's als zaligmakend geldt, maar dat de weg naar de vangst de voldoening bepaalt en niet de vangst zelf. Voorstanders hanteren andere argumenten. De variatie van de karperpopulatie neemt toe -en dat houdt het vissen interessant- terwijl de vangst van een droomvis binnen ieders bereik komt te liggen. En dat is toch wat we allemaal willen? De vangst van een grote vis. Een eindeloze polemiek lijkt geboren.

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 02
Variatie in het karperbestand is het sleutelwoord en laten we eerlijk zijn: veel fraaier, dan deze Brabantse schub die mijn zoon Patrick torst,  zul je ze niet vaak vangen.

 

Efficiënte voedselconversie 

Veel factoren beïnvloeden de groei van karper: de kwaliteit van het water, het zuurstofgehalte, de zuurgraad, de beschikbaarheid van kwalitatief voedsel, de beschikbare ruimte, maar ook het type karper en de bloedlijn enzovoort. Een belangrijk groei-element is de watertemperatuur. Die bepaalt de snelheid en het rendement van de spijsvertering. Zoals we weten is de karper een koudbloedig dier dat de temperatuur van zijn omgeving aanneemt (poikilotherm), al is de temperatuur in het darmkanaal gewoonlijk één tot twee graden hoger. In koud water gaat het verteringsproces weliswaar gewoon door, maar het vertraagt enorm en bij 4 graden Celsius valt het stil. Afhankelijk van de verteerbaarheid van het voedsel duurt het gemiddeld een uur of acht bij een watertemperatuur van 18 graden, voordat het voedsel het traject in het darmkanaal heeft afgelegd, vervolgens door bacteriën en enzymen is afgebroken en tenslotte is verteerd. In kouder water neemt dat proces het dubbele tot drievoudige in tijd in beslag. Daarbij moet u ermee rekening houden dat de karper in wezen geen maag heeft en het voedsel rechtstreeks in de darmen terechtkomt. Een volwassen karper bezit een darmkanaal dat ruim drie keer zo lang is als zijn lichaamslengte. Het voedsel wordt via peristaltische bewegingen door de darmen getransporteerd tot uiteindelijk de anus de ontlasting uitscheidt. De omzetting van voedsel naar weefsel (vlees) verloopt bij de karper zeer efficiënt. Niet voor niets is hij altijd primair beschouwd als een consumptievis. Ter vergelijking: een zoetwatervis met één van de meest efficiënte conversies is de meerval. Deze roofvis weet per zes kilo eiwitrijk voedsel (vis) een vleestoename van één kilo te realiseren. Met andere woorden: hij wordt dus een kilo zwaarder na het consumeren van zes kilo vis. Zijn omzetratio is dus 6:1. Die hoge toename heeft hij mede te danken aan het feit dat het een vis is die overdag weinig mobiel is en geen energie verkwist. Maar een zalm bijvoorbeeld, heeft een nog hogere omzetratio. Die varieert  van 3:1 tot 5:1. Een prima consumptievis voor kwekers dus. Weinig voeding in relatie tot een hoge gewichtstoename. En dat geldt ook voor de karper, al is de omzetratio hier sterk afhankelijk van het type.

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen!  03
Patrick met een 50-plusser, een exemplaar zoals vrijwel iedereen graag vangt. Maar hoe lang gaat zo’n uit zijn krachten gegroeide vis mee? Dit exemplaar is al zolang niet meer gevangen, dat het vermoeden bestaat dat ie is overleden.

 

De verschillen

Er zijn karpers en karpers. In het achterliggende tijdperk waren dat vooral de ‘Heidemij-spiegels’ en de wilde karper. Destijds een controverse van jewelste. De vergelijking van een mestvarken  met een wild zwijn bleek een gevoelige opmerking voor menig zichzelf respecterende karpervisser. Daarna werd het Nederlandse afgesloten water overspoeld met de zogenaamde 25% wildbloed-hybriden van de toenmalige OVB, in wezen kruisingen van wilde karpers met spiegelkarpers en de daaruit ontstane hybriden met schubkarpers. En dat leidde tot een armoedige degradatie van het karperbestand. Niemand wil steeds hetzelfde type karper vangen. Ik mag graag op zijn tijd een mollige, schaars beschubde spiegel vangen. Maar niet altijd. Want dan vind ik het vissen saai worden. Immers, ook een slanke, gespierde, stevig aanvoelende schubkarper kan me het water in de mond doen opwellen. 

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 04
Een mollige, omvangrijke vrouwelijke spiegel, kleine staart, grote kop en wat papperig aanvoelend. We hebben haar maar Bessie Turf gedoopt…

 

Variatie is het ‘keyword’. Maar het valt niet te ontkennen: we bezitten nu eenmaal een onstuitbare drang naar een personal best, records, zwaarder en zwaarder. En dat heeft een nadeel. De inflatie in karpergewichten is groot. We zijn niet meer tevreden met een twintigponder. Hij wordt behandeld als een brasem. We willen groter en zwaarder en dus komt er een ander type karper in beeld: een overtreffende trap in zwaarlijvigheid, een variant die sneller groeit dan kool. De gemiddelde karper heeft een omzetratio van 8:1 tot 12:1, dus acht, respectievelijk twaalf kilo voedsel (primair vismeel, maar ook maïs en tarwe) leidt tot een gewichtstoename van een kilo. De wat molligere, vrouwelijke spiegel- en schubkarpers zitten gemiddeld op acht kilo voedsel om een kilo spierweefsel te genereren. De meer torpedoachtige, slankere en mannelijke schubkarpers c.q. verwilderde schubkarpers hebben daartoe 12 kilo voedsel nodig. Hoe zit dat met die importkarpers? Naar de omzetratio van de schaars beschubde biggen durf ik werkelijk geen slag te slaan. Die kan goed op 4:1 liggen!

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen!
Absoluut geen Billie Turf deze mannelijke schub en qua vechten een tegenstander in de buitencategorie. Lang, grote staart, indrukwekkende vinnenpartij en gezegend met een stevige spiermassa.

 

Groei

In feite heeft die gewichtstoename weinig met groei te maken. Hoe je het ook wendt of keert, groei wordt gemeten in centimeters. In lengte dus. Het bierbuikje dat bij u op vijftigjarige leeftijd (of eerder!) ontstaat, heeft ook weinig met groei te maken. Toch? Karpers bezitten een gen dat de (lengte)groeiduur beperkt. Een karper groeit maximaal 15 jaar in optimale omstandigheden. Dan is het op. Tenzij bij een enkel individu dit gen ontbreekt en hij in staat is om door te groeien en in lengte toe te nemen. Maar dat is geen regel. Zijn gewicht kan echter altijd toenemen. Daartoe behoeft hij in goede omstandigheden alleen maar veel te vreten. En het type karper, met andere woorden de bloedlijn, en het geslacht bepalen dan wel wat het maximum formaat wordt. Vrouwelijke karpers hebben de potentie om veel zwaarder en volumineuzer te worden dan hun mannelijke soortgenoten. Afgelopen decennium ben ik nogal actief geweest in de Koi-branche. Tijdens mijn trips naar Japan vond ik het verbazingwekkend hoe Japanse kwekers met uiterste precisie Koi van fenomenale proporties wisten te produceren. Koi met een schrikbarend prijskaartje, dat wel. Koi die bij twee jaar al een lengte van ruim 60 centimeter haalden. Koi die bij een leeftijd van vijf tot zes jaar ruim de meter overschreden! En dat door steeds de grootste Koi als ouderdieren te gebruiken en van het broed steeds de grootste exemplaren te selecteren. Ik stond erbij en keek ernaar. Twee kleine Japanners maken nu eenmaal geen boomlange Zweed, realiseerde ik me.  En dat principe geldt ook voor de karperkweek. Twee ouderdieren van 70 centimeter lang maken geen nakomelingen van meer dan een meter. Nadelen van een dergelijke geforceerde kweek liggen echter op de loer. De verwachting is dat deze vissen niet echt oud worden en dat deformaties (zoals kromme vissen) geen uitzondering zullen zijn. Het skelet kan de snelle weefselgroei immers vaak niet bijhouden.

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 06
Bij de koikweek in Japan is alles gericht op snelle groei en groot formaat, met behoud van de slanke wilde vorm. Het resultaat is een 107 centimeter lange Sanke van nog geen zeven jaar oud.

 

Natuurlijk voedsel

Obesitas, oftewel vervetting of overgewicht, is zo langzamerhand in de gezondheidsdiscipline tot een onderwerp uitgegroeid dat de hype van het ‘stoppen met roken’ dicht benadert. ‘Je bent wat je eet’ is in dit verband één van die gevleugelde spreuken die de kern van het probleem opzoekt. Zoveel dierenliefhebbers, zoveel meningen. Bij de karper ligt het al niet anders. Zeker karpervissers hebben meestal een uitgesproken en onwrikbare opvatting over het aas waarmee ze vissen en het voedsel waarmee ze een voercampagne onderhouden. Maar altijd gaat het over vangkracht en zelden over wat dat voeren teweeg brengt. Een karper bestaat uit 75% water, 16% eiwitten, 6% vetten en een zeer kleine hoeveelheid (3%) koolhydraten. ‘Je bent wat je eet’, waaruit we dus mogen afleiden dat onze karper vrij veel eiwitten tot zich neemt en slechts zeer geringe hoeveelheden koolhydraten. Dat klopt ook en dat blijkt uit de natuur. 

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 07

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 08

De autopsie van een karper in volle gang. De organen zijn bezaaid met strengen en klodders vet…

 

Het natuurlijke voedsel van karper bestaat hoofdzakelijk uit minuscuul gedierte, waarvan muggenlarven de hoofdmoot vormen. Het zijn de rode, zwarte en witte larven van dans- en steekmuggen die in groten getale in de modderbodem van onze wateren voorkomen. Die muggenlarven hebben een gemiddeld eiwitpercentage -met een uitstekend aminozurenprofiel- van maar liefst 55 procent. Naast wat mosseltjes, kreeftjes, algen en dergelijke, is dat het hoofddieet van de karper in natuurlijke omstandigheden. Een volwassen karper heeft trouwens maar 25 procent eiwitten nodig om te gedijen. Bij opgroeiende karpertjes is dat zo ongeveer 35 tot 40 procent. 

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 09
Mooier kan ik ze niet vangen.

 

Eiwitten en koolhydraten

Die eiwitten zijn de bouwstenen van ieder levend organisme. Eiwitten zorgen voor de reproductie van cellen, voor het genezen van wonden, voor een goede conditie en voor de groei. Eiwitten worden opgebouwd uit ketens aminozuren en de samenstelling van deze ketens bepaalt de kwaliteit van het eiwit. Wat karpers in de natuur vrijwel niet aantreffen, zijn koolhydraten. Karpers kunnen prima leven op een dieet dat arm is aan koolhydraten. Ze hebben het niet nodig. Koolhydraten vormen weliswaar een energiebron, maar eiwitten en vetten acteren zelfs nog beter als energieleverancier als er een koolhydraattekort is. En trouwens, waarvoor hebben karpers een surplus aan energie nodig? Het vlees is wit tot roze, het zijn geen sprinters (die rood vlees hebben) en ze hoeven niet continu topprestaties te leveren. Maar er is iets aan de hand. 


In (druk)beviste wateren is de bodem tegenwoordig bezaaid met tapijten boilies en partikels, vól met koolhydraten. Het natuurlijke voedsel van de luiwammesachtige en gemakzuchtige karper wordt op een steeds groter wordend aantal wateren verdrongen en vervangen door wat de karpervisser er in gooit. Ik ga er geen slag naar slaan, maar het gros van de boilies bevat altijd een mix van ingrediënten die rijk is aan koolhydraten, zoals maïs- en tarwemeel. Qua vangkracht goede ingrediënten. Karpers vinden ze aantrekkelijk en lusten het graag. Voor wat betreft de gezondheid is het echter een ander verhaal. Ze vervetten! De natuurlijke, lichamelijke stevigheid verdwijnt. Ze worden papperiger en zwaarder. De conditie wordt discutabel. Er ontstaan gezondheidsrisico's en de levensduur komt onder druk te staan...

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 10

Ik vang graag monumenten. En dit is er zo een. Bijna 30 jaar oud vertoont deze 34-ponder nog geen spoortje van vervetting.
 
Obesitas

Ik wil niet de scheikundige uithangen, maar rondom koolhydraten in boilies en boiliemixen hangt veel onduidelijkheid. Vooral rondom het (verborgen) suikergehalte daarin. Koolhydraten bestaan uit zetmeel en suikers (lactose, fructose, sacharose). Die worden in het vissenlichaam omgevormd tot glucose (vorm van suiker) en als glycogeen in de organen (lever) en het spierweefsel opgeslagen. Glucose hebben we weliswaar allemaal nodig, maar het gaat om de hoeveelheden. Het zou de brandstof voor de karper moeten zijn -en dat klopt in principe ook wel- maar deze luie en gezapige vissen verbranden normaalgesproken nu eenmaal weinig calorieën. Dat herbergt een gevaar in zich. Als de karper weinig energie verbruikt, zorgt het opgeslagen glycogeen uiteindelijk voor vervetting. Obesitas bij karper dus, en net als bij mensen een sluipmoordenaar van jewelste. Er komt nog een punt bij: koolhydraten zijn voor karper vrij moeilijk verteerbaar. Het verteringsenzym dat koolhydraten afbreekt, is zeer temperatuurgevoelig. Daardoor heeft de werking van dit enzym zijn beperkingen.

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen!  11
Elk gerenommeerd koivoer bevat een analyse van de voedingswaarde en een indicatie van de samenstelling, anders koopt een koiliefhebber het niet.

 

Koolhydraten komen voor in twee vormen: de enkelvoudige en de complexe koolhydraten. Oftewel ‘snelle’ (veel suikers) of ‘langzame’ (weinig suikers, meer vezels) koolhydraten. Als boiliemixen of kant-en-klare boilies veel koolhydraten van de enkelvoudige kwaliteit bevatten, de ‘snelle’ koolhydraten dus,  ligt vervetting op de loer. ‘Snelle’  koolhydraten worden snel verteerd en eerder als vet in het vissenlichaam opgeslagen omdat het lichaam geen tijd krijgt de nodige calorieën te verbranden. Een karper is een luie vis en verbrandt deze calorieën dus niet. 

 

Karpers met obesitas…: Spekruggen! 12

En deze opgave mag natuurlijk nooit ontbreken.

 

Het is dit type koolhydraten dat dan als vet in het lichaam wordt opgeslagen. Als vervolgens in een groeiend aantal wateren de boilie tot hoofddieet van de karper is gepromoveerd, dienen vragen zich aan over vervetting, levensduur, conditie en weerstand van de aanwezige karpers. Zeker als het gaat om typen die een meer dan normale voedselconversie hebben en waarvoor boilies en dergelijke het hoofdmenu vormen. In de koiwereld is het ondenkbaar dat een pak koivoer geen analyse bevat van de voedingswaarde van de korrels. De gezondheid van de vissen staat daar voorop. Het wordt tijd dat we in de karperwereld ook die kant heen gaan. Zodat de karpervisser niet alleen op vangkracht, maar ook op het stimuleren van gezondheid zijn keuze kan bepalen.

 

Dit artikel verscheen eerder in ons magazine Dé Karperwereld. Sommige artikelen verschijnen later online, weer andere avonturen blijven in het papier gevangen… Ben jij ook een fanatieke karpervisser en wil je graag voortaan de beste artikelen als eerste lezen? Neem dan nu een voordelig abonnement en ontvang ’s lands oudste karpermagazine voortaan ‘vers van de pers’ in huis. Hoe…: klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.