Eigen karperwater… (2)


28 januari 2018 | Robert Paul Naeff

In het online artikel van gisteren staat Robert Paul Naeff zijn droom, zoektocht én uiteindelijke verwezenlijking van een eigen karperwater met huis beschreven. Maar hoe staat het er nu voor met de intrek van zijn nieuwe Franse woning en al helemaal… Hoe zit het met de inwoners van zijn eigen meer?  

Het meer in de winter.

 

Natuurlijk was het volop winter toen we de sleutels van het huis kregen, maar dit weerhield mij er niet van om gelijk de hengels uit te gaan werpen. Heel sportief op de plek waar de Engelsman jarenlang zijn vissen had zitten voeren; op de doorgang van het kleine naar het grotere meer. Ik kon mij eerlijk gezegd niet voorstellen dat ik rond de kerst met ijskoude omstandigheden en ondiep water snel beet zou krijgen, maar de pen begon nadat hij was gaan staan meteen te bewegen en even later kon ik al misslaan…Waarschijnlijk lijnzwemmers, want even later gebeurde hetzelfde. Na nog een paar keer klungelen kon ik eindelijk de eerste vis haken. Een kleine schub gleed na wat geworstel in het landingsnet. Er zouden er nog enkele volgen, maar de vissen begonnen het spelletje snel door te krijgen, want de vrijwel doorlopende actie hield ineens op. Ik besloot te stoppen en vervolgens dit stuk van het water tot ‘reservaat’ te benoemen. Dus alleen nog maar voeren en in principe niet meer bevissen. Zodoende hadden de karpers een zone waar ze geen gevaar te duchten hadden en vrijuit konden azen. Dit gaf mij mooi de gelegenheid de vissen van nabij te observeren en te inspecteren zonder dat ze eerst gevangen hoefden te worden. De rest van  het meer werd geheel opengesteld voor de jacht. Ik besloot maar eens stevig op het wijd te gaan voeren met de bekende halibut pellets.

 

eigen karperwater 2 02

eigen karperwater 2 03

Luxe bivvy! … Ik besloot eerst maar eens stevig te gaan voeren met pellets.

 

Omdat ik het idee had dat er een behoorlijk bestand aan verwilderde karper rondzwom, durfde ik het aan om enkele kilo’s verspreid in de rondte te schieten. Ook op de hair gebruikte ik een pellet, want de watertemperatuur was zo laag dat ik er vanuit ging dat hij niet al te snel zou losweken. Drie hengels opgetuigd met inline lood en standaardonderlijnen werden uitgeworpen en op de steunen gelegd. De dagen waren natuurlijk kort en toen de hengels eindelijk uit lagen was het al aardig donker. Ik besloot de ontvanger van de beetverklikkers maar mee naar binnen te nemen en in de woonkamer te leggen om de houtkachel nog eens lekker op te porren. Nauwelijks was ik binnen of ik kon weer door de schuifpui naar buiten rennen om de eerste karper op een afstandhengel af te drillen. Alweer een schub. Zaten er eigenlijk wel spiegels? Ik had er toch echt een paar gezien toen de vorige eigenaar de karpers voerde? Het werd een gedenkwaardige eerste visavond. Ieder half uur kon ik naar buiten sprinten om een vis te drillen. Veel aanbeten waren niet meer dan een enkele piep of een terugzakkertje, maar steevast hing er een vis als ik de hengel uit te steunen pakte. De karpers gaven betrekkelijk weinig strijd in het ijskoude water. In totaal landde ik een zeven vissen waaronder eindelijk ook  een kleine spiegel.

 

Het bestand

Behalve een week in december beviste ik het water ook nog een week in februari en maart. Na enkele sessies kon ik mij een beeld vormen van het aanwezige karperbestand. Doordat de roofvisstand jarenlang zwaar belaagd was door de Fransen (het meer werd voor het in particuliere handen kwam door de plaatselijke dorpelingen bevist) was er een enorm bestand van kleine karpers ontstaan. Het betrof voornamelijk schubkarpers en maar heel weinig spiegels. Ik denk in een verhouding van 20 : 1. Alleen de jongste jaarklassen in de karperpopulatie ontbraken omdat de vorige eigenaar een paar jaar tevoren weer snoek , baars en zelfs een paar kleine Europese meervallen had uitgezet. De kleinste karpers  wisten daardoor niet meer door het jeugdstadium te komen. Behalve genoemde vissoorten zat er ook veel blank- en ruisvoorn en ook zonnebaars. Er zou ook zeelt moeten zitten, maar die heb ik tot op heden niet aangetroffen. Ook brasem en (godzijdank) dwergmeerval (poison-chat) ontbraken. Verder geen kreeften, die op zich natuurlijk een goede voedselbron vormen voor de karpers, maar ook veel last kunnen geven bij het vissen. Ik ben mij nog stevig aan het beraden of ik deze uit ga zetten, want het is een proces dat je niet meer terug kunt draaien. Als ik ze ga uitzetten zal het een kleinere soort zijn bijvoorbeeld de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus limosus) en niet de grotere en agressievere rode Amerikaan (Procambarus clarkii) die zich de laatste jaren razendsnel over Europa uitbreid, veel schade aan visbestanden toebrengt en ook veel graafschade in de oevers veroorzaakt. Behalve de enorme scholen kleine schubkarper en kleine spiegeltjes (waaronder zelfs een onvervalste volschubspiegel) zaten er ook nog een paar wat grotere, ouderwetse, zwakbeschubte  spiegels.

 

Eigen karperwater 2 04
Waarschijnlijk de enige volschubspiegel van het water.

 

eigen karperwater 2 05
De kleine schubs werden elders uitgezet.

 

De beste vissen haalden ternauwernood de 20 pond. Opvallend was de variatie in lichaamsbouw bij de schubkarpers. Lange, slankgebouwde vissen die alle kenmerken van de wilde karper bezaten, maar ook enkele compact gebouwde vissen met een flinke knik achter de kop die je als edelschub zou kunnen betitelen. Ik realiseerde mij dat er waarschijnlijk veel te veel vis op het meer zat en nam al heel snel de beslissing om vis te gaan verwijderen. De verwilderde vissen gingen eruit en de zwaarder gebouwde exemplaren weer  terug. Maar wat moest  ik met de overtollige vissen? De heel kleine exemplaren zette ik in het riviertje achter de dam waar van nature al wat verwilderde karper voorkwam. Via via zouden die vanzelf groter water kunnen bereiken en als ze erg hun best deden uiteindelijk de Loire opzwemmen. Maar dat was dan wel een paar honderd kilometer doorzetten en heel veel obstakels overwinnen…

 

 


 

Je vraagt je af of je uiteindelijk de hele populatie op de kant krijgt of dat er individuen bestaan die zich helemaal nooit laten vangen…

 


 

 

De mooiere verwilderde schubs die door hun formaat niets meer te duchten hadden van reigers, aalscholvers en dergelijke nam ik mee naar Nederland om in enkele afgesloten en karperloze vaartjes in de buurt van mijn woonplaats uit te zetten. Ook ging ik op zoek naar een Franse viskweker die mij aan een aantal eerlijk gekweekte spiegelkarpers kon helpen. Ik schrok van de prijzen die betaald moeten worden voor deze karpers en begrijp nu iets beter waarom sommigen in de verleiding komen om hun commerciële visput te vullen met gestolen karpers. Ondanks de hoge prijs kocht ik 12 vissen van een kilo of tien per stuk. De bekende zwakbeschubte spiegels en bijna leders die je zo veel ziet in Frankrijk. Deze vissen werden in maart 2014 uitgezet.

 

eigen karperwater 2 06

eigen karper water 2 07

Begin april op de penhengel.

 

Vangbaarheid

Ondertussen had ik al een stuk of 80 kleine vissen weggevangen en het eind was nog lang niet in zicht. Vooral met de pen lieten de verwilderde vissen zich vrij makkelijk verschalken. Opvallend was het verschil in gemiddeld formaat als ik met kleine pellets of mais aan de hengel of met boilies op afstand viste. Op de boilies sneuvelden steevast de grotere exemplaren. Op mais of pellets, de kleinere. Verbazend was het verschil in vangbaarheid tussen de verschillende individuele karpers. De nieuw uitgezette karpers lieten zich in eerste instantie makkelijk vangen en er waren exemplaren die zich meerdere keren lieten foppen.
Maar er waren ook exemplaren die maar één keer op de kant kwamen  en zelfs drie vissen die zich nooit hebben laten vangen, terwijl ik bijna zeker weet dat ze nog in het water aanwezig zijn. Ook bij het originele bestand waren slimmeriken. Je zag ze wel, maar ving ze vrijwel nooit en zelfs meer dan een jaar nadat ik voor het eerst begon met vissen kwam er heel af en toe nog een onbekend exemplaar op de mat. Je vraagt je af of je uiteindelijk de hele populatie op de kant krijgt of dat er individuen bestaan die zich helemaal nooit laten vangen…


Interessant was ook de verdeling van de vissen over het water. Zoals eerder opgemerkt had ik een soort van reservaat ingesteld en op deze plek voerde ik steevast in de ochtend  en `s avonds zonder er ooit te vissen. Op de voerplaats verzamelde zich een hele groep karpers en het was vaak al een gekolk van jewelste voordat er ook maar een kruimel voer te water was gelaten.

 

eigen karper water 2 08
Deze karper  kijkt boven water  waar de brokken precies liggen.

 

Het aparte was dat het altijd dezelfde vissen waren die op de plek rondhingen. De nieuw uitgezette vissen werden zelfs ruim een jaar na uitzetting nooit tussen het ‘autochtone’ bestand waargenomen. Maar omgekeerd ving ik elders op het meer zelden vissen die ik van de voer plekkende... Er was een duidelijke gebiedsindeling waar te nemen. Sowieso was het opmerkelijk dat de nieuw uitgezette vissen gelijk hun domicilie kozen op het meest afgelegen stuk van het meer zonder dat ze ooit bevist waren. Instinctief kozen ze de meest rustige hoek van het water. Ik zag ze daar zelfs regelmatig springen, iets wat ze elders op het water zelden of nooit deden.

 

 


 

Uit arren moede ging ik uiteindelijk maar weer eens penvissen. Ik wilde natuurlijk wel af en toe wat karpers vangen…

 


 

 

Ze verbleven ver weg van het huis, maar ook van de voerplek waar hun soortgenoten tweemaal per dag vochten om het oppervlakte-aas. In de loop van het jaar werden de karpers steeds moeilijker vangbaar. Kon ik in het begin nog een vrij lompe rig in combinatie met een zwaar stuk lood gewoon in de zachte modderlaag ergens in het midden gooien en dan toch mooie fluiters krijgen; na enkele sessies moest ik op zoek naar echte hotspots in het meer  en moesten de rigs en het lood aangepast worden aan de harde of zachte bodem ter plaatse. Langere onderlijnen of afgeplat lood dat niet te ver wegzakte in de modder of juist superkorte snel hakende shocker-rigjes met kleine en vlijmscherpe longshank-haakjes op de hardere stukken bodem zorgden nog voor aanbeten. Ook moest er een voerboot worden ingezet om het aas in de meest afgelegen hoeken van het water te krijgen.
 
eigen karperwater 2 09
Eentje van de nieuwe uitzetting op 25 pond.

 

Vaak genoeg kon ik aan de opstijgende bellenplakkaten duidelijk zien dat er geaasd werd, maar kwamen er geen aanbeten. Natuurlijk was op een gegeven moment een flink deel van de populatie kleine vissen weggevangen, maar het aandeel grote vissen nam niet verhoudingsgewijs toe. De vangsten, zeker die op het wijd, zakten behoorlijk in elkaar. De hengels lagen soms van ’s ochtends tot ’s avonds uit en er gebeurde dan helemaal niets. Uit arren moede ging ik uiteindelijk maar weer eens penvissen. Ik wilde natuurlijk wel af en toe wat karpers vangen. Ik besloot zo geraffineerd mogelijk aan de gang te gaan. Nu met 8/00 Dyneema onderlijn en haakjes in de maat 14 of 16. Dit zorgde weer voor een opleving in de vangsten. Behalve enkele van de grotere spiegels die zich door het superlichte penvissen lieten verrassen, bleken er toch nog heel wat kleine schubkarpers aanwezig  en het deed mij afvragen hoeveel er misschien nog wel rondzwommen. Omdat de gevangen vis keer op keer verwijderd werd, kreeg je natuurlijk een soort van selectie waarbij de meest slimme overbleven. Eigenlijk best moeilijk om zonder nettenvisserij en alleen maar door gebruik te maken van je eigen hengelvangsten een goed beeld van je bestand te krijgen.

 

Koi en graskarpers

Ik had ook enkele Koi en een paar graskarpers uitgezet. Van de Koi kreeg ik sterk  de indruk dat ze nauwelijks waren opgewassen tegen het ruige leven op een meer. Ik zette er zeven uit en ving er drie van terug op korte termijn, maar heden ten dage zie ik er altijd maar één aan de oppervlakte azen in het reservaat. Het betreft een goudspiegel met zwarte vlekken. Van de rest van de bontgekleurde vissen geen spoor. Misschien verbeelding van mij maar ik heb de indruk dat goudkarpers (hi goi) betere overlevingskansen  hebben en weerbaarder zijn dan echte Koi, want op internet zijn het maar al te vaak goudkarpers die op wild water worden gevangen en ook in de grote natuurvijver in mijn tuin in Nederland doen die goudkarpers het gemiddeld beter dan Koi. Maar misschien trek ik overhaaste conclusies en  leven alle Koi nog gewoon in het Franse meer  en leiden ze  een soort verborgen leven. Maar om heel eerlijk te zijn heb  ik er een hard hoofd in.

 

eigen karper water 2 10
Ik zette ook wat Koi uit…

 

Om nog even terug te komen op die vangbaarheid of misschien beter onvangbaarheid van bepaalde vissen. Dit is natuurlijk al vele malen beschreven in de karperliteratuur, maar het is toch leuk om het op je eigen water weer bevestigd te zien. Ook op dit water zijn er heel domme exemplaren aanwezig. De kampioen hebben wij Dombo gedoopt omdat hij zich tot nog toe zes keer heeft laten vangen! Het is trouwens een vis die een geweldige groeicurve vertoont. De eerste maal dat hij gevangen werd, was het een magere anonieme spiegel die slechts 5,5 kilo op de weegschaal bracht. Een jaar later en na het wegvangen van meer dan 140 gulzige, concurrerende schubkarpertjes duwde Dombo de naald van de weegklok al naar 8,5 kilo. Zes pond zwaarder in een jaar tijd. Wel had hij ’s winters een aanval van aalscholvers moeten doorstaan, want achteraan richting de staartwortel zaten enkele diepe kerven in zijn vlees veroorzaakt door de scherpe haaksnavel. Dit soort verwondingen  heb ik bij meerdere karpers geconstateerd. Omdat wij niet continu bij het water wonen hebben de vogels vrij spel. De Franse viskwekers klagen dan ook steen en been en zeggen dat wij Hollanders aalscholvers kweken… Tja, ze hebben wel een beetje gelijk: de aalscholvers die bij ons zomers geboren worden trekken ’s winters voor een deel naar Frankrijk en belanden daar steevast op de visvijvers. Nog even over de vangbaarheid. Er lijkt hierin  ook verschil tussen schubs en spiegels te zijn. De grotere schubkarpers laten zich iets moeilijker terug vangen. Er zwemt er een die zich maar één keer heeft laten vangen en enkele exemplaren die zich nog nooit hebben laten foppen.

 

eigien karperwater 2 11
De karpers blijven goed op gewicht.

 

Voedsel en groei

Je vraagt je wel eens af: waar leven die vissen eigenlijk van? Ik kan toch maar weinig voedselbronnen in het water bespeuren. Ja, er zitten zoetwatermosselen, maar dit zijn echt giganten van wel zo’n 20 centimeter lang en tien centimeter dik. Zwanenmosselen of zo... Geen kleine soorten als driehoeks- of zebramosselen. Ook kon ik geen waterslakken vinden, vandaar dan ook dat ik op een gegeven moment van huis een emmer met zes soorten waterslakken meenam en die in het meer heb losgelaten. Zouden de vissen dan van muggenlarven en watervlooien leven? Er krioelt wel enorm veel klein grut als ik wat water in een emmertje schep en in het voorjaar zie ik langs de kanten ook enorme hoeveelheden kikkervisjes. Mooi eiwitrijk voedsel voor de karper, maar helaas slechts tijdelijk beschikbaar. Zou het allemaal wel genoeg zijn ? Ik had natuurlijk flink wat biomassa verwijderd waardoor de overgebleven vissen meer voedsel tot hun beschikking zouden moeten krijgen, maar ik denk dat als je echt recordkarpers op je water wil hebben dat er toch stevig bijgevoerd moet gaan worden. Ik weiger te geloven dat de karpers op een relatief klein water hoge gewichten kunnen bereiken zuiver en alleen op natuurlijk voedsel. Of je zou de karpers in extreem lage dichtheden moeten houden. Bijvoorbeeld een handvol vissen per hectare.

 

eigen karperwater 12
Gigantische zoetwatermosselen.

eigen karperwater 2 13
Uiteindelijk toch maar besloten om kreeften uit te zetten.

 

Het is natuurlijk afhankelijk van wat je precies wilt, maar als  je echte recordvissen op je water wilt hebben dan kun je ze krijgen… Sinds enige tijd heb ik contact met een stel Engelsen die elders in Frankrijk een klein karperwater uitbaten. Ze zijn ooit begonnen met een bestand aan kleine karpers (eigenlijk net als wij), maar doordat ze het jaar  rond bij het water wonen waren ze in staat hun karpers continu bij te voeren. Dit regelmatig bijvoeren en ook op gezette tijden kleine vis verwijderen had een adembenemend effect op de groei van de aanwezige karpers. Houd in gedachten dat we het hier hebben over een water met een oppervlak van een hectare, zeg twee voetbalvelden groot. Bepaald geen groot water. Desalniettemin zijn de karpers uitgegroeid tot gigantische proporties en zitten er een heel serietje vissen met een gewicht van boven de 30 kilo. Zwaarste vis op het moment van schrijven weegt 34 kilo! Dus de karpers goed voeren blijkt toch de keyfactor te zijn, want ook het water in Hongarije waar de wereldrecordkarper werd gevangen staat er om bekend dat er veel gevoerd wordt. De Engelse eigenaren van het kleine watertje in Frankrijk voeren vooral pellets die speciaal ontwikkeld zijn voor viskwekerijen en in het seizoen zorgen de betalende klanten natuurlijk voor een niet aflatende stroom voer. Uitgebreid voeren is onmogelijk op mijn eigen water, want we wonen er niet permanent. Dat is nu eenmaal de consequentie van een vakantiehuis. En misschien is dat zo erg nog niet. Ik beleef veel plezier aan de karpers, ook al zijn ze niet erg groot. Hopelijk brengt het water een keer een mooie 20 kilo vis voort. Daar zou ik heel blij mee zijn…

 

eigen karperwater 2 14
Midden in de zomer geven de vissen nog goed strijd.

 

eigen karperwater deel 2 15
Mijn vriendin begint lol in het vissen te krijgen!

 

eigen karperwater 2 16
Ook de kinderen vangen hun visje.

 

Toekomstplannen

Zoals in het begin van het artikel al aangegeven, blijkt het water erg ondiep. Vooral het gedeelte waar het riviertje in stroomt is vrijwel verland, maar ook op het grote meer zijn grote gedeelten ondiep of hebben een zachte slibbodem. Het plan is om hier op termijn iets aan te gaan doen. Ik ben al bezig om een baggerbedrijf te zoeken, maar dit is niet makkelijk. Toch verwacht ik uiteindelijk wel iemand te vinden die mij kan helpen. Ik laat dan ook de oevers van het meer op een paar plaatsen wijzigen. Ik wil eigenlijk met behulp van een graafmachine een paar zijsloten, inhammen en eilanden creëren. Dit maakt het geheel fraaier en ook zal het de karpers ten goede komen. Als je een eigen water bezit loop je tegen allerlei dingen aan waar je vooraf nooit aan gedacht had. Het artikel wordt te lang om ze op te sommen, maar ik zal een voorbeeld geven. Ik verbaasde ik mij er wel eens over dat er in het water alleen maar taaie biezen en lissen langs de kant groeiden en geen andere oever en waterplanten zoals waterlelies, fonteinkruiden, lisdodde, riet etc. Ik dacht toen: ‘Dan zal ik de natuur maar eens een handje helpen.’ Zo had ik op een gegeven moment een stuk of tien waterlelies gepoot, een vrij zeldzame rode variëteit. Ze kwamen prachtig op en verspreid over het water zag je kleine lelieveldjes ontstaan. Maar niet voor lang. Enkele reusachtige beverratten vraten in minder dan een week alle lelies op. En dan niet alleen de bladeren, maar vooral de wortelstokken werden met smaak verorberd, waarmee mijn droom van een idyllisch met lelies begroeid meer uiteenspatte! En zo wordt je steeds weer verrast door onvoorziene gebeurtenissen op je eigen water.

 

eigen karperwater 2 17
Een vis met een fraaie knik achter de kop.

 

Ondertussen zijn de aanwezige karpers behoorlijk gegroeid. De zwaarste vissen wegen op het moment van schrijven rond de 15 kilo. Opvallend is dat de vissen van de oorspronkelijke populatie sneller lijken te groeien dan de nieuw uitgezette karpers. Heb ik misschien oude vissen aangeschaft of zijn de oorspronkelijke bewoners gewoon beter aangepast aan de omstandigheden? Ik ben erg benieuwd wat de vissen hier gaan doen en hoe de visserij op dit water zich zal  gaan ontwikkelen in de nabije toekomst. Zullen er ooit megavissen rondzwemmen? De tijd zal het leren .


Terwijl ik dit stuk schrijf vliegt er een ijsvogel  met een visje in zijn snavel over het water en verdwijnt in zijn zelf gegraven nestholte aan de overzijde van het ‘eigen karperwater’. Een prachtgezicht…

 

Dit artikel verscheen eerder in ons magazine Dé Karperwereld. Sommige artikelen verschijnen later online, weer andere avonturen blijven in het papier gevangen… Ben jij ook een fanatieke karpervisser en wil je graag voortaan de beste artikelen als eerste lezen? Neem dan nu een voordelig abonnement en ontvang ’s lands oudste karpermagazine voortaan ‘vers van de pers’ in huis. Hoe…: klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.