Poldertranen


10 maart 2018 | Ewout Smeerdijk

Daags na de vangst van de kolos leek de karper er vandoor te zijn. Van het een op het andere moment. Steevast ving ik ze de afgelopen weken op de harde plaat voor de oude schoeiing, tussen kwart voor en kwart over zeven ’s ochtends. Een enkele keer net iets later…

 

Ook de stek voor de holte in het rietland was plotseling stil gevallen. Hoewel ‘stil’ niet helemaal de juiste term was. De nacht was onrustig verlopen. De afgepaaide brasems waren kennelijk teruggekeerd in het gebied. Hongerig struinden ze de stekken af. De karper kwam niet meer aan bod. Of waren die plotsklaps in tegenovergestelde richting vertrokken? Vijf vloermatten vonden in het donker hun weg naar de boot. Elke vis 60 centimeter of meer in lengte. Zo’n beetje iedere uur had er zich een gehaakt aan het priklood. Slecht voor de moraal en voor de nachtrust. Een witvisser zou met kleiner aas de tijd van zijn leven hebben gehad. Toch zag je die hier gek genoeg nooit. Met de verrekijker en camera in de hand ging ik de ochtend erna op pad. Op zoek naar beleving en een beetje meer houvast. Een heel eind verderop vond ik uiteindelijk enkele karpers, tussen het groen van een aantal sloten. De kleine vissen zwommen al onrustig achter elkaar aan zonder daadwerkelijk contact te maken. Hier en daar lag een enkele, grotere vis geduldig onder een lelieblad te wachten. Tot die laatste zonnige uren de doorslag zouden geven. De karpers hadden inderdaad van plek gewisseld met de brasems. Er zat een verandering aan te komen en als de lagere luchtdruk eindelijk stand hield zou het binnen een tot twee weken zover zijn. 

 

Poldertranen 02


De maand mei was bijzonder onstuimig geweest. Juni stond nu voor de deur. Ondanks de nog altijd overheersende noordenwind werd het warmer en zachter. Eindelijk. De karper kwam er blijkbaar door in vervoering en het werd tijd om mee te bewegen. Nu de brasem de vaart had verlaten zag ik ook daar weer mogelijkheden. Behalve in de sloten achter de plassen wist ik op de vaart ook enkele plekken waar de karper paaide. Ik voerde er wat tussen de planten en voor het riet, in de hoop dat het zijn uitwerking niet zou missen. Kon ik eindelijk weer eens naar een mooie pen kijken. Na al dat vissen met priklood begon ik dat inmiddels te missen.

 

Vreselijke visnacht

Op de dinsdagavond erna stuurde ik de boot toch weer richting de grote plas en liet ik de vaart een heel eind achter me. Ik moest en zou het nog één keer proberen in dit gebied. Hoewel ik weg bleef van de oude schoeiing en een heel eind opschoof richting de sloten waar ik eerder de kleinere karpers vond. In de sloten zelf kon ik niet vissen door de overdadige plantengroei. Ervoor lag een groot veld met waterlelies waar ik wel tegenaan kon vissen. De wind stuwde een stevige kabbel tegen de bladeren terwijl de schaduwen van stapelwolken over het water en de weilanden scheerden. Met de wind in de juiste hoek, een lagere luchtdruk, meer zon en warmere temperaturen leken het mij de ingrediënten voor een klein succes. De boot positioneerde ik met de neus in de oever van een rietland, zodat ik een derde ankerpunt had om de boot aan vast te leggen. Het geheel lag een stuk stabieler zo. De wakers kon ik daardoor ín de boot hangen en de lijn een slag strakker draaien. Op die manier kon het niet nog eens gebeuren dat een stevige zijwind met een slappe lijn en de wakers buiten de boot gevist, een aanbeet of terugzwemmer onopgemerkt lieten. De registratie van aanbeten was een stuk directer en met het priklood dicht tegen de groene stengels van de waterlelies gevist, stemde me dat alleszins gerust.

 

Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 118 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.