Drijfjacht op een brok nostalgie | Uit de oude doos


24 januari 2016 | Ties Ittmann

Het is eind juni. Ergens aan een poldersloot onder de rook van Leiden lig ik languit achterover in het weiland. De buit ligt na een lang, wispelturig voorjaar in het landingsnet. De steel van het net is stevig onder mijn benen geklemd. Om de paar seconden werp ik een blik op het door mazen omsloten vissenlijf in het water. Het enige wat ik hoor zijn de kalme, logge bewegingen van een vis met een verhaal - één brok nostalgie.

Dit artikel is een overname uit Dé Karperwereld 104.

 

Het begint allemaal eind januari, wanneer Rotterdam wordt verruild voor het Leidse. Het is een woonark aan de rand van het centrum van Leiden, waarvoor we zijn gevallen. Ik zeg 'we', omdat mijn bloedmooie wederhelft natuurlijk ook nog het één en ander in de pap te brokkelen heeft. Toch zijn we het er samen vlotjes over eens dat dit toch wel een uniek stekkie is.

 

Wie zoekt zal vinden

Het is nog hartje winter als we intrekken in ons drijvend stulpje. Via google maps breng ik het water in mijn woonomgeving in kaart. Op het eerste oog interessante, potentiële struinstekken worden meteen met de fiets bezocht. Het zoeken en geheel op eigen kracht ontdekken van (nieuwe) stekken is voor mij een groot deel van de voorpret en het avontuur. De voldoening is een stuk groter dan bij het domweg achterna lopen van de grote meute. Geen tips van mede-karpervissers voor mij. Onder het motto 'wie zoekt zal vinden' trap ik me daarom een ongeluk door mijn nieuwe woonomgeving. Het luxeprobleem is echter dat Leiden omgeven is door talloze singels, kanalen, vaarten, poldersloten, prachtige veenplassen en zandafgravingen.

 

Drijfjacht op een brok nostalgie 3

Een goed geschouderde polderschub.
 

Stekkenverkenning

Tijdens mijn urenlange stekkenverkenningstochten droom ik over nieuwe avonturen. De schub die begin maart in het ondiepe van een parkvijver ronddobbert, maakt het werkelijkheid. Geamuseerd volg ik de schub in euforische voorjaarsstemming. In de eerste zonnestralen van het jaar aast de karper met zijn kop in de kant, om daarna tussen de afgestorven rietpollen uit het zicht te verdwijnen. Waar in mijn hoofd het startsein voor het nieuwe struinseizoen al lang heeft geklonken, denkt moeder natuur daar toch iets anders over. Het mooie voorjaar van vorig jaar ten spijt, blijven de temperaturen nu flink achter. Daarnaast bemoeilijkt een aanhoudende, stevige wind uit de noordhoek het observeren in het doorgaans nog troebele water. Maanden gaan voorbij, waarin slechts een handjevol karpers wordt gespot. Dit gebeurt echter meestal op onooglijke stekken tussen flatgebouwen of op drukbeviste, afgesloten putten waar de stokken keurig netjes in rijtjes van twee, drie of zes staan opgesteld. Niet echt mijn pakkie an.

 

Drijfjacht op een brok nostalgie 5

Een simpele maar succesvolle montage met Frolic hondenbrok.

Drijfjacht op een brok nostalgie 4

Struinvirus

De weidsheid van de polders heeft meer mijn interesse. Het duurt tot begin juni voordat ik daar de eerste, slanke polderknollen aan de oppervlakte strik. Het geeft een heerlijk gevoel om in mijn nieuwe woonregio van de nul af te zijn. Bovendien brengt iedere struinvangst een unieke beleving met zich mee. Bij het stalken is de aasopname vaak goed zichtbaar en dat levert bloedstollende taferelen op. Het sluipen, observeren, aanleggen en aanslaan werkt verslavend. Een visserij op het scherpst van de snede. Een visserij waarbij je het soms verbluffende gedrag van ieder individu van dichtblij meemaakt. Selectief jagen op deze schubbenbuffels is het mooiste dat er is. Het struinvirus slaat toe. Mijn pijlen zijn een goede week later alweer gericht op een ander poldersysteem, waar in het vroege voorjaar al een cruisende schub werd gespot. De rust, ruimte en schitterende natuur hier staat in schril contrast met de drukbeviste, wanstaltige peppenwateren. Dit wordt mijn nieuwe project; de vibe is goed. 

 

Drijfjacht op een brok nostalgie 7

Struinvirus.
 

Rolls Royce

Als ik bij aankomst op dit uitgetrekte polderstelsel een eerste blik over de hoge scheuten onkruid werp, stokt mijn adem. Er komt uit het niets een complete labrador voorbij zwemmen, maar dan groter. Alleen de dukaatschubben op de rug, verraden dat het hier om een kast van een vis gaat. De spiegeldame waggelt dicht langs de begroeide oever en toont daarbij meermaals haar massieve flank. Dit is waar ik het hele voorjaar naar op zoek ben geweest. De pot met goud, de Rolls Royce onder de vissen. Met trillende handjes schiet ik een paar filmpjes, om daarna met verhoogde hartslag op de fiets te springen. In recordtijd ben ik terug met hengel, schepnet, onthaakmat en een zak brokken. Hoe simpel kan het zijn. Snel moffel ik een brok in het elastiekje, dat ik tergend langzaam laat zakken. De spiegel merkt het aasje al snel op en draait zonder enige rimpeling van het wateroppervlak twee keer onder de brok door. Ze vertrouwt het zaakje toch niet en koerst in alle rust een poldersloot in. Ik klim een hekje over en volg haar door de weilanden. De schub die even later aan haar flank meezwemt, kondigt de eerste voorzichtige voortekenen van de paai aan.

 

Vreemdgaan

De avond valt en de weersvoorspelling voor het weekend ziet er slecht uit. Daarom maak ik in de schemer een dumpplek van boilies. Ik weet immers in welke zone de vis ligt en oppervlaktevissen zit er niet in komende dagen. De vrijdag- en zaternacht maar een keertje vreemdgaan dan. Mijn vriendin is immers toch een weekendje in Gent. Afijn, er wordt maar weer eens een statisch stokkie met loodmontage van stal gehaald. Het is nu alles of niets, wil ik de paai voorblijven. 'Slapen' doe ik onder de blote sterrenhemel, tussen de koeien, en vissen met slechts één hengeltje. Als het om 04.30 uur langzaam licht wordt, staan enkele vissen op hun kop in de poldersloot. Wat een bizar gezicht, die wapperende staarten. Als er eentje tekeer gaat op de voerplek sta ik al naast de hengel. De slappe lijn loopt strak. Bij het oppakken kromt de stok zich meteen goed. Zal het haar zijn? Als een eentonig schubbenpatroon door het water breekt, ontspan ik weer. Het maakt de oerdegelijke schub die even later over de netrand glijdt overigens niet minder mooi. Statisch vissen kan zo zijn charme hebben, maar welke vis je vangt, blijft vaak een lot uit de loterij.

 

Drijfjacht op een brok nostalgie 3

Na de stekkenverkenning begint het echte werk.
 

Boerenwijsheid

Gelukkig herstelt het weer zich later in de week en kan ik weer selectief gaan stalken. Ware het niet dat de boeren, vier tractoren sterk, bezig zijn het weiland te kortwieken. Noodgedwongen wijk ik uit naar een afgesloten watertje, waar ik een klein spiegeltje en twee schuppies vang. In het schemerdonker gaan er wel snel nog wat brokkies te water voor het grote spiegelbeest. Voordeel is dat de karper 's nachts wel aast, maar de watervogels en meeuwen de 'drijvers' minder snel opmerken. Althans dat is de theorie. De volgende dag rol ik voor dag en dauw mijn mandje uit om vroeg aan het water te zijn. De deceptie is dan ook groot wanneer ik in vol struinornaat mijn oude, vertrouwde fietsie pak en de achterband plat staat. Dan maar op de velg. Piepend en krakend arriveer ik te laat in de polder, waar de meerkoeten en kokmeeuwen zich al te goed doen aan de week geworden brokken. De vissen hebben zich in al het tumult inmiddels onzichtbaar gemaakt onder de dikke wierbedden.

 

Diepe dalen

Nadat de rust is teruggekeerd, bespeur ik weer enige karperactiviteit. Uit het niets duikt ook het spiegelapparaat weer op, vergezeld door een paar geile hommers. Driftig zwemmen zij achter elkaar en ook om elkaar heen, waarbij de rugvin van de dikzak als een zwaard door het water snijdt. Een schitterend schouwspel, maar de brokken blijven onaangeroerd. Snel monteer ik daarom een pennetje met daaronder een halve Frolic. Die belandt na een aantal aanwerppogingen keurig in de zwembaan van de spiegel. Haar interesse is meteen gewekt. Ze wappert met de borstvinnen om vaart te minderen en zwemt recht op het haakaas af. Mijn hart springt uit mijn borst en de Frolic gulpt zonder aarzeling naar binnen. In het heldere water zie ik de aasopname, gevolgd door een wankelend pennetje. Ik hef de hengel in een reflex, maar sla een gat in de lucht. Ik vloek en tier… De spiegelunit kiest meteen het hazenpad en spurt ervandoor. Zo dichtbij en toch zo ver weg. Struinen: hoge pieken en diepe dalen. Het lijntje is dun…

 

KAT EN MUISSPEL

Toch raap ik mijzelf bij elkaar en zet volgas door. De vis heeft geen haak gevoeld en zou in theorie nog vangbaar moeten zijn. Zo'n 100 meter verder vind ik haar gelukkig terug in een ondiepe poldersloot. De vis ligt echter geen moment meer stil en cruist 'spooky' rond. Slalommend tussen de koeienvlaaien zet ik een urenlange achtervolging in. Daarbij blijf ik steeds enkele meters uit de zachte oever. Een retespannend kat en muisspel volgt, waarbij het haakaas steeds een aantal meters voor de gigant op de juiste zwemhoogte wordt aangeboden. 
Dan gebeurt het: de kolos waggelt recht op de pen af. Dit gaat hem worden, fluister ik zacht. De pen vliegt onder bij het inzuigen en in een fractie van een seconde zet ik de haak. Er komt een stoomtrein in beweging met logge, krachtige staartbewegingen. De 1,5 ponds struinstok staat maximaal krom, maar ik heb niets te vertellen. Met de kop naar beneden gericht gooit de bejaarde flink de beuk erin. Een constante kracht waaraan geen einde lijkt te komen. Mijn voordeel is dat ik met de losgeslagen gigant kan meelopen. Dan ineens breekt ze. De oude markante kop komt omhoog en ze keert zich als een mak schaap op haar flank. Het net omsluit het zwemmend monument als een warme deken en ik plof neer in het gras.

 

 


Drijfjacht op een brok nostalgie 8

 


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.