Memoires van een seriewoordenaar (2)


29 april 2018 | Laurens Maasland

Aan de oevers van een verlaten boswater zit een gebroken man. Ineengedoken met zijn handen op zijn hoofd schiet het drama wat zich zojuist heeft afgespeeld als een constant herhalende film voorbij. Een nachtmerrie waar geen ontkomen aan is, niet aan te ontsnappen valt.

 

De dramatiek van het moment lijkt gevangen te zijn in alles wat hem omringt, in het geritsel van de blaadjes, in de lichte kabbel die tegen zijn inmiddels volstromende laarzen aan deint. Of hij op dit punt naast figuurlijk ook letterlijk nog verder zal afglijden is niet meer van belang, het maakt allemaal niks meer uit. Gedane zaken nemen geen keer. De deceptie, het noodlot was definitief, onomkeerbaar. In de reflectie van de waterspiegel aanschouwt hij, misselijk en met krop in zijn keel, door zijn bloeddoorlopen ogen de verslagenheid in zijn eigen bleke gezicht. Een van wanhoop en frustratie beladen vloek galmt tevergeefs over het water. Het vormt de droevige belichaming van het weinig benijdenswaardige lot van zijn vissersbestaan… Had ik maar een eenvoudigere hobby gekozen. Waarom verloor ik mijzelf niet in iets simpels als een postzegelverzameling of modelbouwtreintjes? Het zou het leven ongelofelijk veel makkelijker maken. Nog voordat een overweging als deze goed en wel vervaagt in mijn gedachten, besef ik direct de belachelijkheid, de absurditeit ervan. Alsof ik überhaupt een keuze heb. Alsof dat boekje postzegels een volwaardige vervanger zou zijn van mijn diep ingewortelde, genetisch bepaalde oerjachtinstinct. Van de belevingswereld die ik meestal diep koester, zo hard nodig heb, maar op dit moment intens haat, compleet spuugzat ben. Zeker na het dramatische verspelen van een absolute bak van een spiegel. Een spiegel die niet ‘zomaar een vis’ was maar naast de zalf op mijn wonden de bekroning moest gaan vormen van mijn jongensdromen in dit krankzinnige karperavontuur. Een twijfelachtig en onzeker recept voor wat levensgeluk met in de hoofdrol een grote massieve droomvis, die op zijn gemak baantjes trekt op slechts enkele meters afstand van waar ik gierend van de zenuwen op de oever zit.

 

Memoires van een seriewoordenaar (2) 2

 

Kippenvel 

In de voorgaande weken had ik de smaak van teleurstelling alweer iets te vaak op mijn tong gehad door de losschieter van een dikke dertig plus rijen en een andere grote spiegel die na een onhoudbare woeste run mijn 38/00 nylon lijn aan flarden trok op een boomtak. Tot overmaat van ramp kwam ik de daarop volgende keren vanwege een ronddobberend bootje met zondagsvissers helemaal niet aan vissen toe. Het kenbaar maken van mijn aanwezigheid zou mijn guerrillacampagne zonder twijfel in gevaar kunnen brengen, een risico wat ik me niet kon permitteren. In afwachting van hun vertrek speelde ik vanuit mijn noodgedwongen reservepositie apenkooi hangend in de overhangende bomen en struiken van waaruit ik zowel de bootjes als het onderwaterleven nauwlettend in de gaten hield. Vanaf mijn VIP tribune van met mos begroeide boomstammen maakte ik op een unieke manier kennis met de soms zeer indrukwekkende vissen uit dit fenomenale karperbestand. Hoewel deze ervaringen naast een daadwerkelijke vangst van een karper the next best thing waren kwam ik hier niet naartoe om alleen maar te observeren. Dit gegeven en de eerder verspeelde vissen legden bij de kans die zich nu eindelijk voordeed nog een extra stukje druk, een bijna ongezonde spanning bovenop een toch al zwaar beladen moment, een situatie onder hoogspanning. Er stond veel op het spel, wat te merken was aan de krampachtige houding waarin ik het schouwspel gadesloeg. Ik nam uitgebreid de tijd om de azende vissen te filmen en ze doorlopend van handjes voer te voorzien. Het pure ongerepte gedrag van dit groepje vissen dat in het glasheldere water steeds enthousiaster begon te azen was haast te mooi om te verstoren.   Twee vissen van het zestal sprongen duidelijk boven de rest uit. Een hoge donkere spiegel met een flinke knik achter de kop en een huiveringwekkende lange massieve spiegel met een kenmerkende hartvormige staart. Op zo’n anderhalve meter diepte trok hij rustig azend baantjes heen en weer voor de kant. Tergend langzaam komt de massieve geelbruine gedaante omhoog en zie ik hem met zijn grote kop en dikke brede spekrug het drijfvuil doorboren terwijl hij met een serie luide smakken broodkorsten naar binnen slurpt.

 
Wil jij het complete artikel uit deze Karperwereld 119 graag als eerste lezen? Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier!

Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.