Bootstruinen


14 februari 2016 | Boudewijn Margadant

Het vissen mét en in een niet al te grote boot heeft zich al heel wat jaren geleden een vaste plaats binnen mijn visserij verworven. Zelf beschik ik over twee polyesterboten van zo’n vier meter lang, die op verschillende wateren liggen. Daarnaast heb ik de beschikking over een opblaasbare rubberboot.

Dit artikel is een overname uit Dé Karperwereld 103.

 

De flexibiliteit en wendbaarheid die deze boten me geven, stellen me in staat haast overal te komen waar ik heen wil. Bijna elke visser die zijn of haar geluk in het buitenland beproeft, heeft wel een opblaasbare boot; het behoort tot de vaste uitrusting. Toch lijkt het gebruik ervan bij de meeste vissers beperkt te blijven tot uitvaren, verkassen en voeren, terwijl boten van dit formaat zich voor zoveel meer lenen.

 

Bovenop de actie

Ik gebruik mijn boten voor verkenningstochten en om uit te vissen. Ga ik op verkenning uit, dan behoren een bril met polariserende glazen, mijn onderwatercamera en een hengel met een 60 grams loodje tot de vaste uitrusting. De bril zorgt ervoor dat ik meer kan waarnemen in het water, de camera biedt me de mogelijkheid interessante dingen als obstakels, planten of zelfs vissen onder water in beeld te brengen en met de hengel en het loodje kan ik stukken water en de bodemgesteldheid onderzoeken. Bevindingen noteer ik in mijn telefoon. Denk hierbij aan locatie, afstand tot de kant, planten, verloop van de stek, dieptes en waar én op welke diepte ik vis aantref. In het laatste geval noteer ik ook of ik de vissen zie azen, chillen of zwemmen. Als de helderheid van het water het toelaat, probeer ik altijd het bodemverloop vast te leggen met mijn onderwatercamera. Zo heb ik het bodemverloop van diverse van mijn stekken weten te filmen en fotograferen, hetgeen in enkele gevallen verduidelijkte waarom mijn lijn tijdens de dril bleef haken of waarom ik bijvoorbeeld een meter meer naar rechts meer aanbeten kreeg. 
De vergaarde kennis vergroot mijn kansen en - voor een visser heel belangrijk - het vertrouwen. Daarnaast draagt het bij aan mijn beleving omdat ik meer ‘in’ de leefwereld van mijn doelwit wordt getrokken. Het vissen zelf doe ik eigenlijk nooit ver uit mijn boot. Als je je rustig beweegt en zo stil mogelijk bent, zullen de vissen letterlijk onder je boot door zwemmen. En daarmee is ook meteen één van de verslavende punten aangestipt van deze vorm van vissen; je zit bovenop de actie en krijgt zo ontzettend veel mee van wat er gebeurt! Iets wat vissend vanaf de kant op afstand niet te evenaren is.

 

Bootstruinen 4
 

Schuivende schimmen

Zo voer ik afgelopen winter regelmatig over een groot meer op zoek naar tekenen van karper. Omdat ik op het betreffende water ’s winters geen langdurige voerplekken aanhoud, zoek ik de vis liever op, dan afwachtend uren maken. De vissen kunnen zich hier immers zomaar kilometers verderop ophouden! Gedurende verschillende dagen zoek ik, telkens twee à drie uurtjes per keer. Gewoon tussen de andere, dagelijkse dingen door en ongeacht het weer. Liever kort en frequent, dan één keer lang. Telkens maak ik kleine voerplekjes en alleen daar waar ik het voer nog net kan onderscheiden. Niet ver uit de kant en maximaal twee meter diep, een kwestie van vertrouwen. Karpers verblijven ook ’s winters ondiep, ook op de diepere wateren. Ik voer niet om er een voerplek te creëren, maar puur om er achter te komen of er een karper is langs geweest die genegen was om iets te eten. Meestal zie ik mijn voer nog liggen, een enkele keer is het verdwenen. De nu trage karpers zullen geen heel grote afstanden afleggen en ik heb al vaak kunnen waarnemen dat ze langere tijd in de buurt van het voer blijven rondhangen. Door regelmatig voor even in de buurt te zijn, maak ik een gerede kans ze tegen het lijf te lopen.

En dan, op een ijskoude, bewolkte dag met een flinke golfslag op het water, zie ik enkele schimmen rond één van de plekjes schuiven. Voor het eerst komen de hengels uit het foedraal. Korte, effectieve rigjes worden beaasd en strategisch bij de vissen te water gelaten. De hengels liggen gewoon op de rand van de boot, de lijnen slap. Nog geen vijf minuten later is het raak. Het is de op één na grootste vis van het groepje. Trillend til ik even later met moeite mijn buit in de boot en vaar naar de kant. Wat een buffel! Wat een gave vis! Dikke buik, brede rug. Snel maak ik een paar foto's, houd de vis goed nat tegen bevriezen. Die vis alleen al is alle inspanning waard.

 

Bootstruinen 3

Bootstruinen 5

Voorjaar

Proberen en flexibiliteit staan altijd hoog in het vaandel bij mij en vismaat Wouter kan zich daarin ook vinden. Omdat we nooit al het water zorgvuldig kunnen afzoeken, kiezen we voor de kantzones. We varen met een van mijn polyester boten, maar hebben de opblaasbare boot mee voor meer flexibiliteit. Zo kan een van ons altijd een uitstapje maken. De troebelheid van het water bemoeilijkt het vinden van de karpers, maar belletjes, modderwolken, verkleuringen, kolkjes en deiningen in het water, geven ook al informatie. Een lichte verkleuring in een ondiepe kom trekt onze aandacht. We laten de boot uitdrijven en leggen ons 'vast' aan een overhangende tak. Ik stap in de rubberboot en vaar langzaam richting verkleuring. Al snel zie ik een klein spiegelkarpertje en verderop nog een paar vissen. Alle rond de 10 pond. Terug in de boot breng ik Wouter verslag uit. Wat doen we? Vissen of eerst verder zoeken en kijken of we wat grotere vissen kunnen vinden? We besluiten tot het laatste en vervolgen onze weg.
Hele stukken water speuren we af. Een enkele keer verschijnt er een kolk, gevolgd door een modderwolk en bellenspoor van een vluchtende vis. Er ligt er dus in ieder geval een aantal in de hogere waterlagen. Na twee uur varen zien we wat belletjes voor een beschoeiing liggen. Als op dat moment ook de zon tussen de wolken door schijnt, is een verkleuring te zien. Azende vis! Tegelijkertijd wordt duidelijk dat ook wij zijn opgemerkt, want een kolk wordt gevolgd door een deining. Toch leggen we even aan. Vissen zwemmen nu zelden alleen. Wouter gaat in de bijboot op pad om de volgende paar honderd meter te onderzoeken. Mijn oog valt op een blaadje dat onder het wateroppervlak afwijkend beweegt. Niet veel later verplaatst een schim zich tussen de in het water hangende takken. Karper; pond of vijftien, schat ik. Even later wéér eentje, dit keer een iets kleinere. Wouter komt weer in zicht en zijn lichaamstaal toont gelatenheid. Die heeft dus niets gezien; hem kennende had hij anders als een malle aan komen roeien. Des te meer reden om hem aan te sporen wat meer snelheid te maken. Terwijl ik wacht, zwemt er alweer een karper langs.

Snel verspreiden we de hengels. Het duurt niet lang voor de lijn van de hengel die bij de in het water liggende takken ligt zich strekt. De vis geeft direct goed partij, veel meer dan ik had verwacht zelfs. Keer op keer blijft deze gaan en dat bij de heersende watertemperatuur. Minuten later steekt Wouter het net onder de vis.
 

Bootstruinen 6

Bootstruinen 7


We geven het hier nog een half uur, want misschien komt er nóg eentje. Het half uur verlengen we uiteindelijk met nóg een kwartier, maar het levert niets meer op.
Na een half uur lang verder rondgevaren te hebben, besluiten we naar de kom te gaan waar we eerder op de dag wat kleinere vissen hadden gevonden. Vis is immers vis nietwaar?! Als we de kom naderen, zien we geen teken van vis meer. Dat hoeft niet per se wat te zeggen natuurlijk, al is er best wat tijd overheen gegaan voor we zijn teruggekeerd. We leggen evengoed zo stil mogelijk de boot aan en werpen de rigs in. Vrijwel meteen ligt één van de hengels op de bootrand te stuiteren. Wouter pakt de hengel op en voert de druk op, waardoor hij de vis uit de rietzudden weet te houden. Nog geen twee minuten later feliciteren we elkaar weer. Zo snel gaat het dus! Zoekt en gij zult vangen!

 

Bootstruinen 8
 

Varend struinen

Eigenlijk is het mobiel bootvissen een vorm van struinend vissen. Zoeken tot je de vissen vindt en dan gaan vissen of eerst wat plekjes maken en deze vervolgens afvissen. Veel vissers maken zich zorgen om het verstorende geluid dat de buitenboordmotor maakt, maar mijn ervaring is dat het meer het ‘grote gevaarte’ is dat de vis even doet schrikken. Overigens valt dat schrikken ook wel mee. Vaak blijft het bij twee of drie staartslagen, alvorens de geschrokken vis weer omkeert en verder gaat met waar deze mee bezig was. Heb je eenmaal aangelegd of lig je stil, dan zullen de vissen al snel rond je boot zwemmen als je ze had gevonden. Zie je ergens vis springen of draaien, dan ben je zo vertrokken. Omdat je per stek telkens relatief kort vist en de ruimte in een rubber boot of kleine polyester boot beperkt is, wil ik zo min mogelijk spullen in de boot hebben liggen. De onthaakmat drijft dan ook naast de boot en ik gebruik een uitschuifbaar net of een net met een tweedelige steel en laat een rod pod achterwege. Mijn hengels liggen gewoon los op de bootrand. Rubber matten op de bodem helpen geluiden in mijn polyester boten te dempen en houden de kou in de winter wat meer weg bij je voeten.

 

Hartslagversnellend

Vooral in de warmere maanden leggen de vissen grotere afstanden af of brengen meer tijd door in de hogere waterlagen. Dit vereenvoudigt het vinden van de vissen en leidt bij mij regelmatig tot dagen dat ik meer naar vissen kijk, dan dat ik daadwerkelijk vis. 
Zo zie ik eens tijdens een stukje varen twee schubs een lelieveld in zwemmen. Zoals altijd heb ik mijn onderwatercamera mee en de omstandigheden zijn perfect om wat beelden te maken. Met de motor uit laat ik me door de wind in het betreffende lelieveld driften. Ik druk een van de steekstokken in de grond en de boot wordt verder door het lelieveld redelijk op zijn plaats gehouden. Hoe langer ik kijk, hoe meer vissen ik in het veld ontdek. Sommigen liggen maar wat, anderen zwemmen ogenschijnlijk willekeurig tussen de stengels door. Intussen maak ik wat foto- en filmmateriaal. Als ik vertrek voer ik wat zig-mix en Crushies die ik altijd in een emmer in de boot heb staan. Morgen zal ik terugkeren! 
Het lelieveld komt in zicht. Van een afstandje zie ik al een van de schubs tussen de lelies liggen, heel herkenbaar door de roodoranje gloed over zijn lijf. Ik zet de motor uit en laat de wind me in het veld blazen. Zo stil mogelijk draai ik de steekstokken in de grond en voer drie open plekjes in de lelies aan. De voermix zorgt voor een mooie wolk die zich door het lelieveld verspreidt, terwijl het gecrushte aas er als vast voedsel ligt. Op twee van de plekjes komen mijn rigs te liggen. De derde dient als ruststek en zal ik pas bevissen zodra ik een vis op een van de andere stekken heb gevangen. Zo kan ik steeds afwisselen en kunnen de vissen op de vrije stek, indien nodig, vertrouwen opdoen. Het duurt niet lang voor er een schub een voerplekje ontdekt. 
Ik kan alles volgen. Hartslagversnellend! Het aanzwemmen, het azen, het haken, het kopschudden, het vluchten en de zich strekkende lijn. Ik heb de hengel al in mijn hand voor de molenslip begint te lopen en de hengel op de bootrand begint te stuiteren. Het lijkt zo simpel en soms is dat het ook. In drie uur tijd komen er vijf vissen in de boot.

 

Bootstruinen 11

Efficiëntie & vrijheid

De intense beleving is ongeëvenaard. De spanning en soms ook de verwondering. Je doet zoveel informatie op als je je ogen open houdt. Het komen aanzwemmen, het wel of niet opnemen van je haakaas, het gedrag, het haken of juist niet. Je gaat patronen ontdekken en je leert een water snel kennen. Alles komt de efficiëntie van je visserij ten goede. De vrijheid die je hebt omdat er stekken bereikt kunnen worden die vanaf de kant niet te bevissen zijn. Toch vissen de meeste bootvissers nog vrij passief. Zij laten kansen liggen. Maak eens gebruik van je bijboot of ga eens op zoek naar een klein polyester of aluminium bootje. Struinend met je boot, instant vissen. Is dat geen luxe in deze tijden van drukte langs het water, voorvoerders en vermeende stekkenpezers?

 

Bootstruinen 14


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.