Mijn visserij op Fryerning


20 oktober 2018 | Adam Penning

Sinds 2012 ben ik lid van Fryerning; een water ontstaan in het begin van de jaren '80  en diep verscholen in het landschap van het Engelse Essex. Vermaard om de grote karper die er rondzwemt… In 2017 besloot ik om door het voorjaar heen, het water wat aandacht te schenken. En wat ik daar geleerd heb, wil ik graag met je delen. 

Adam Penning neemt je mee naar de oevers van Fryerning.

 

Ik startte er in het bitterkoude weer van maart. Het weertype was verre van ideaal, maar thuis blijven afwachten totdat de eerste vis werd gevangen, wilde ik zeker niet. Leren én proberen, dat wilde ik. En het liefste ruim voordat de onvermijdelijke drukte op het water zou neerdalen.

 

02

Fryerning, een wispelturig water verscholen in Essex.

 

Het water kende ik al best behoorlijk goed, sinds de start van mijn lidmaatschap in 2012 heb ik er al met perioden gevist. En het water was aardig voor me, met enkele schitterende karpers tot een personal best van ruim 42 pond.

 

Uniek

Het water is enigszins uniek te noemen en geeft je soms zelfs de indruk redelijk makkelijk te zijn. Maar de harde realiteit is toch wel iets anders. Een van de elementen die het makkelijker lijkt te maken is omdat er om de andere week wel een veertiger wordt gevangen in het voorjaar. Vaak ook nog op een opvallende pop-up, enigszins lukraak gevist met een hoop aas er omheen. En steevast door óf een beginnend lid die voor het eerst op het water vist, óf juist een ouwe rot die het water al langer kent. 

 

Patroon

Een deel van het probleem dat ik ervaar is dat er zelden een duidelijk patroon te vinden is. En juist dat maakt het lastig. Het lijkt er soms op dat de vissen ineens hun waakzaamheid laten varen en zichzelf gewoon laten vangen. En dat kan bij iedereen gebeuren die zijn geluk beproeft en aan het water zit, los van de stek en de aanpak.

 

03

Kijken, kijken en kijken maar…

 

Met deze wetenschap in mijn achterhoofd, wetende dat alles zo willekeurig kan gebeuren, wordt het je heel lastig gemaakt om een reeks aan vangsten te boeken. Vroeg of laat vang je vis - al zijn er vissers die het hele jaar door blanken - maar er zijn er slechts weinigen die hier een mooie aangesloten reeks aan vis weten te vangen. 

 

Beschaafde azers

De bodem van het water is over het algemeen vrij zacht en modderig. Met dit gegeven in mijn achterhoofd verbaast het me hoe weinig bellensporen ik er eigenlijk tegenkom. In de regel zijn het heel beschaafde en voorzichtige azers hier lijkt het. En gelijk een van die redenen waarom sommige vissen in de dertigpondsklasse, waarvan er toch wel een flink aantal aanwezig is, soms zo ongrijpbaar lijkt en zo weinig gevangen wordt. 

 

De vissen laten zich er wel zien. Alleen het ene moment zie je de een na de ander, maar het opvolgende moment moet je echter weer de grootste moeite doen om überhaupt een teken van leven te vinden op het water. Fryerning wordt verder gekenmerkt door weinig wier, weing ‘carpy’ aanknopingspunten en is ook vrij troebel, waardoor observatie vanaf de oever ook behoorlijk beperkt is. Al met al een uitdagend water dus!

 

Kleine kratertjes

Enkele jaren geleden begon ik er met zoeken naar kleine, harde plekjes, gecreëerd door veelvuldig azende karper. Met een dergelijk populatie aan grote vis moet dat niet al te moeilijk zijn, maar ik sta er verbaasd van hoe moeilijk het is om hier dergelijke plekjes te vinden. De bodem is er over het algemeen vrij saai en uniform. Als je echter veel geduld hebt om rond te zoeken met slechts een enkel loodje aan je lijn, dan kun je die heel kleine zones waar de karpers steevast azen best wel vinden. De kleine kratertjes die ze achterlaten vullen zich vaak met kleine steentjes en wanneer je daar tussen landt, komt het lood vaak terug bedekt met een zachte grijze aanzetting op je lood.

 

04

Het zeer accuraat bevissen van die kleine harde plekjes blijkt cruciaal te zijn.

 

Het verbaast me hoe weinig je deze plekjes tegenkomt, en ook hoe klein ze zijn. Maar als je ze vindt en de karper is in hetzelfde gebied, dan ben je al een heel eind op weg om er hier eentje te vangen!

 

Maart roert zijn staart

De maand maart spendeer ik met het achterna zitten van de vis. Soms verkas ik drie keer per dag en als het moet ook nog in het donker. In het midden van maart, het is ongeveer mijn zesde nacht in deze campagne, krijg ik een aanbeet op een Manilla boilie. Ik vis deze met een enkele-boilie-stringer op afstand. Aan het einde van een koude, nieuwe wind. De karper haakt zich, maar lost al na enkele seconden. Vloekend blijf ik achter want ik weet hoe pietluttig deze vissen kunnen zijn bij het oppakken van iets wat potentieel gevaarlijk is.

 

Er volgen nog een paar sessies waarin ik actief blijf vissen, en waarbij ik telkens verkas nadat ik visactiviteit zie. Toch ontwijkt die broodnodige eerste vis van het jaar mij compleet deze maand maart. 

 

April

In het begin van april krijgen we het zeldzaamste van alles; een noordenwind die, hoewel deze koud aanvoelt, verstoken is van die beruchte ‘Artic bite’. Ik sta een paar uur te kijken aan het einde van de wind, maar zie niks wat de moeite waard is. Langzaam wordt mijn aandacht getrokken op het water letterlijk voor mijn voeten. Je moet weten dat vangsten dichtbij de oever zelden voorkomen hier, maar als ik in het grijze water voor me tuur beeld ik me grote grijze schaduwen in die onderaan het talud op en neer zwemmen. En ook al heb ik helemaal niets gezien wat op karper lijkt, ik weet het bijna zeker dat ik hier moet zijn. Hier, recht voor mijn eigen voeten. En in reactie op dat zesde zintuig laat ik al snel een aasje onder mijn neus zakken. Een kleine squid pop-up, samen met wat mais. Ik zet de val en vlij me neer in het gras op comfortabele afstand, om maar vooral niets te verstoren met mijn aanwezigheid. 

 

05

 

06

Multi Hinges zijn mijn eerste keuze in combinatie met hele boilies.

 

De eerste!

Het duurt minder dan een half uur en wanneer de aanbeet komt denk ik dat mijn sounderbox een storing heeft. Zo verbaasd ben ik met deze run! Snel herpak ik mezelf, sprint naar de hengel en begin een uitputtende strijd met een zwaar aanvoelende vis. 

 

Het duurt een behoorlijke tijd voordat de karper zich gewonnen geeft en klaar is voor het net. Ik kan aan het silhouet zien dat het om een mooie vis gaat. Ik dank de karpergod wanneer deze vis tussen de mazen van het net glijdt. De mooie spiegel weegt iets meer dan 31 pond en een tikkeltje naïef denk ik met deze vangst hét stukje van de puzzel gevonden te hebben. Ik weet dan echter nog niet dat het water mij schaamteloos zal straffen voor deze gedachte en terug zal duwen richting een reeks aan blanks.

 

07

Een tikkeltje naïef denk ik met deze vangst het stukje van de puzzel gevonden te hebben.

 

Eigen manier…

Het lijkt er op dat lokalisatie - ook al zit ik echt op de vis - slechts een klein deel van het werk is. Een aanbeet forceren lijkt ook dan bijkans onmogelijk, al helemaal wanneer de blanks zich opstapelen. Ik probeer ondertussen wat met de zigrig te vissen en ik ben ervan overtuigd dat wanneer ik hiermee was doorgegaan dat ik er ook mee gevangen zou hebben. Maar eerlijk gezegd; zo wil ik ze hier niet vangen, al mag dat je misschien gek in de oren klinken. Ik wil ze hier vangen op mijn manier, met mijn aas en niet met een stukje kunstaas… 

 

Mijn goede vriend Dan Wildbore, die vaak een andere kijk op zaken heeft, komt langs en ik vraag hem om raad. Hoe zou hij dit water nu aanpakken? Na even denken komt hij met het advies om met voorgeweekt en vervolgens geplet aas te voeren, samen met boiliekruim. En hoewel er veel en grote voorn in het water aanwezig is, die voor veel problemen kunnen zorgen, is dat inderdaad een aanpak die ik nog niet had overwogen. 

 

08

Lekker in de week…

 

Gedurende de jaren heb ik veelvuldig boiliekruim gebruikt en ik denk dat het een van de betere manieren van aanpak is. Maar het voorweken en vervolgens verpulveren van je boilies, daar had ik nog niet eerder aan gedacht. Dan vertelde me verder nog dat ik me vooral niet al te veel zorgen moet maken om die voorns. En hoewel ik toch ietwat sceptisch ben met deze nieuwe aanpak probeer ik het toch.

 

Ik prepareer een emmer met water uit het meer en voeg daar een halve liter krill liquid aan toe met een flinke lepel knoflookpoeder. Aan het mengsel voeg ik krill boilies toe en laat ze minimaal 24 uur ‘marineren’. Maar eigenlijk liever nog 36 uur. 

 

09

En vervolgens geplet en gemixt met boiliemix.

 

Verpulveren

Na het voorweken zijn de boilies helemaal opgezwollen en zijn alle ‘goodies’ maximaal in de boilie getrokken. Ze zijn zo zacht dat je ze makkelijk kunt verpulveren met de hand. Het is even een vies karweitje, tot m’n ellebogen in de krill en knoflook, maar de geplette boilies zien er goed uit. Voor de finesse voeg ik nog wat steenzout toe en wat krill pellets. Klaar is de mix!

 

De volgende trip hangen mijn wakers, zoals verwacht, niet stil door de aanwezigheid van de vele voorns op mijn stek. Ik blijf de zone echter bevoeren met de mix en uiteindelijk komt de eerste karper een kijkje nemen. Het is een ongewoon kleine karper voor hier, rond de 13 pond, maar ik kan je vertellen dat deze meer dan welkom is!

 

Blanken of…?

De opvolgende trip is één en al frustratie echter. Hoewel ik op de vis zit, krijg ik maar geen beet. Dit soort zaken komt nu eenmaal veelvuldig voor op Fryerning, maar ik zou er toch wel wat voor over hebben om te weten wat er dan precies gebeurt onder water? Aangezien ze wel al dagen achtereen het aas onder m’n neus vandaan stelen en opvreten. 

 

Zeldzaam voor mijn doen boek ik als vervolg op de dramatrip ervoor een sessie van drie nachten. En tegen het einde van de driedaagse trip vraag ik me toch ernstig af of ik hier ooit nog een aanbeet ga krijgen? Eerlijk gezegd, zit ik er best flink doorheen. Het is zelfs erg verleidelijk om gewoon in te pakken en weg te gaan, ondanks de bittere nasmaak van een blank. 

 

10

‘Ready to rumble’, mijn montage voor de lange afstand.

 

Ik heb de bivvy afgebroken en het meeste van mijn materiaal ligt al achter mijn stek. De hengels liggen nog in, maar zijn het enige dat ik nog moet inpakken, om met de staart tussen de benen te vertrekken. Echter nog voordat ik de eerste hengel kan inpakken, krijg ik een piep op de linkerhengel, stijgt de waker en wordt de hengeltop langzaam uit het water opgetild. Vol ongeloof pak ik de hengel op en schrik van de karper aan de andere kant van de lijn. De vis neemt gedecideerd de nodige meters lijn van de molenspoel, voelt zwaar aan en wetende dat er hier zoveel mooie zware vissen zwemmen begint de spanning toe te nemen. 

 

 


 

…bij het zien van dergelijke grote vissen ga ik nog steeds volledig uit mijn dak…

 


 

 

Het wordt een typisch gevecht op afstand en de karper doet weinig meer dan van links naar rechts te zwemmen, totdat deze uiteindelijk aan de oppervlakte komt kort voor de kant. Een streep van een run volgt vervolgens en tijdens het draaien onder de kant herken ik de vis als Stripe. Een schitterende rijenkarper die in de regel kort aan de veertig Engelse ponden zit. Vijf minuten later ligt de vis rustig in mijn net en ben ik compleet in shock van wat er gebeurd is. Ik leg de vis goed weg en probeer mezelf weer te kalmeren. Ook al vis ik ruim dertig jaar op karper, bij het zien van dergelijke grote vissen ga ik nog steeds volledig uit mijn dak. En ik hoop dat dat ook nog lang zo blijft!

 

11

Een ‘streep van Stripe’, een schitterende vis van ruim 36 pond. 

 

Brace

Veel tijd om bij te komen krijg ik niet, een van de andere hengels vertrekt met een noodgang! Het wordt een waanzinnig gevecht van meer dan 20 minuten en ik ben er stilaan van overtuigd dat het een meerval moet zijn. Tot de vis ineens aan de oppervlakte komt. Het ziet er toch echt uit als een grote karper, midden in de kolk aan de oppervlakte. Uiteindelijke weet ik ook deze vis in het net te loodsen en ik zie mezelf ineens geconfronteerd met een brace van twee giganten. De Stripe weegt ‘40lbs 2ozs’, terwijl de andere vis, de Emperor, nét onder de ‘43lbs’ blijft. Het is mijn eerste ‘brace’ aan Engelse veertigers en terugdenkend aan hoe dichtbij ik was om alles binnen te draaien tel ik mijn zegeningen. Hoe dun kan de lijn tussen succes en falen voor ons soms zijn als karpervissers? Bijna 72 uur liggen deze hengels in en gebeurt er helemaal niets. Wow, wat heb ik een geluk gehad realiseer ik me!

 

12

De Emperor net onder de 43lbs…

 

Volle maan

De opvolgende week is het volle maan. Het weer is perfect en ik voel gewoon dat er nog iets te gebeuren staat. Snel bel ik de eigenaar Chris op of ik nog terug kan komen voor een volgende sessie en wanneer ik groen licht krijg begin ik direct met de voorbereidingen. 

 

Puur door de factor geluk kan ik die sessie op dezelfde stek plaatsnemen als de vorige keer. En omdat ik vis heb gespot in het gebied waar ik de vorige keer de vissen heb gevangen, is de tactiek precies hetzelfde als de vorige keer. 

 

De emmer met de krill ‘sludge’ breng ik middels de Spomb op de keiharde plek op een goeie honderd meter uit de oever. Dat is even hard werken, maar ik voer accuraat en precies met de Spomb. De drie hengels verspreid ik op de kleine aangevoerde zone, allemaal gevist met getrimde krill wafters op zo’n halve meter afstand van elkaar. Het kost me enkele worpen om ze perfect in te krijgen, maar wanneer de zon onder gaat ben ik klaar voor de nacht. En meer dan tevreden met de geleverde inspanningen. 

 

Het is pas enkele uren donker wanneer ik de linker waker tegen de hengel hoor vliegen. Een zeer harde strijd volgt. Ik blijf rustig en houd mezelf onder controle…

 

13

De almachtige Nunn.

 

Meer dan verwacht

Niet veel later kan ik het net schuiven onder een vis die ze de ‘Nunn’ noemen. Vol en perfect, op een gewicht van 46lbs 14ozs! En dat is meer dan ik vooraf verwacht had. Ik vis de sessie uiteraard uit, met in de laatste nacht een twijfelachtige aanbeet op precies hetzelfde tijdstip als de vorige vis. De vis voelt aan als een zeelt en ik kan deze dan ook zonder al te veel moeite binnenhalen. Eenmaal voor de kant schakel ik de hoofdlamp aan om te voorkomen dat deze ‘zeelt’ door mijn andere lijnen zou vliegen. Plots verschijnt er echter in het licht van de hoofdlamp een flank van weer een gave en grote karper! 

 

14

Een patroon van kleine schubjes op de flank van een lang gebouwde vis luidt mijn tweede brace van ‘forties’ in.

 

Zonder twijfel hijs ik snel het schepnet omhoog voordat de vis wakker wordt en sta ik oog in oog met wederom een serieus grote karper. Ongelofelijk! Ditmaal een schitterende lange vis, met een aantal kleine schubjes op zijn flank bij de staartpartij. Een machtig mooie vis met een indrukwekkend gewicht, 40lbs 4ozs!  En zo gebeurt het dat ik een week na mijn allereerste brace ‘veertigers’, nu opnieuw een tweetal forties vang in een sessie!

 

15

Enkele door Adam gebruikte materialen.

 

Ik ben er nog steeds stil van, nu ik dit opschrijf. Met dank aan Dan Wildbore uiteraard en aan alle andere vissers van Fryerning voor de geweldige vissen die ik er mocht vangen! 

 

Dit artikel verscheen eerder in ons magazine Dé Karperwereld. Sommige artikelen verschijnen later online, weer andere avonturen blijven in het papier gevangen… Ben jij ook een fanatieke karpervisser en wil je graag voortaan de beste artikelen als eerste lezen? Neem dan nu een voordelig abonnement en ontvang ’s lands oudste karpermagazine voortaan ‘vers van de pers’ in huis. Hoe…: klik hier!


Reactie plaatsen


 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)


Er zijn nog geen reacties geplaatst.